Ontmoetingsverhalen

Deze pagina is een initiatief vanuit ‘Ontmoeten ráákt!’ Hier komen inspirerende verhalen die we tegenkomen. Deze zullen we via de nieuwsbrief regelmatig tippen en onder de aandacht gebracht. Via een link kunt u dan doorklikken om het hieronder uitgebreid te lezen. Een nieuwsbrief is echter vluchtig en verdwijnt weer uit de mailbox en het verhaal dat ons raakt blijft op deze pagina langer beschikbaar. Het meest recente verhaal staat bovenaan.

 


Op een familieverjaardag

Op een familieverjaardag was iedereen druk in gesprek met elkaar, op één persoon na. Uit mijn ooghoeken nam ik waar dat de jonge vrouw de hele tijd alleen op de bank zat. Niemand sprak haar aan, niemand had oog voor haar. Af en toe nipte ze van haar drankje en keek om zich heen. Op een gegeven moment ging ik naast haar zitten en begon een gesprekje.

Ze bleek nieuw op deze verjaardag en kende helemaal niemand, op de jarige na. We raakten dieper in gesprek met elkaar over haar leven, gezin en werk. Later bedankte ze mij dat ik aandacht voor haar had. Achteraf vroeg ik mij af hoe de anderen in dezelfde ruimte naar deze situatie hebben gekeken. Nam niemand haar waar? “Zag” niemand haar? Wachtte men erop dat zij het gesprek begon? Keek iedereen weg? Uit gemakzucht of desinteresse?

Hopelijk probeert een ieder bij te dragen aan een stukje verbinding, elkaar echt te “zien” en daarmee een mooie ontmoeting aan te gaan. Elk gesprek(je) en blijk van aandacht is waardevol.


Prettige Kerstdagen?

Dit jaar bracht ik bij uitzondering de Kerstdagen door op Gran Canaria. Mijn gezin had behoefte aan de zon en ik ging met hen mee. Ik schrijf ‘bij uitzondering’, omdat mijn behoefte rond deze tijd ligt bij kou, familie, gezelligheid en bezinning.

Op Kerstavond kreeg ik daar, na een boottocht, ernstige buikklachten. Dusdanig dat ik werd opgenomen in een ziekenhuis voor meerdere vochtinfusen. Daar knapte ik langzaam van op. Gelukkig werd ik op de valreep goed genoeg bevonden om op de geplande datum terug naar huis te vliegen. Wat was ik blij om weer thuis te zijn.

Nu wat verder in de tijd, kijk ik terug op deze dagen. Ik ben blij met het professioneel handelen van de mensen aldaar aanwezig. Maar ik vond het een nare ervaring. Uiteraard omdat ik mij ziek voelde, maar ook omdat ik het gevoel had geen controle te hebben. Er werd op basis van mijn gezondheid gehandeld. Ik ervaarde geen aandacht voor mijn stem of mijn gevoel.

Totdat op Tweede Kerstdag dokter Suarez aan mijn bed kwam. Hij was de eerste die mij aansprak met mijn naam en vroeg wat mij was overkomen. Hij keek mij vriendelijk aan en legde geruststellend een hand op mijn arm. Deze menslievende aandacht raakte mij, want dit had ik nodig in deze rotdagen. Ik ervaarde, dít is dus waarmee je (als zorgprofessional) het verschil maakt.

Ik wens iedereen een gezond en menslievend 2026


Muziek die blijft – ook als woorden verdwijnen

Er was een kerstdiner bij mijn schoonmoeder in de zorginstelling waar zij woont vanwege haar gevorderde dementie. Ik sprak met haar over Kerstmis, maar ik merkte dat het kerstverhaal niet meer in haar geheugen zat. Ze was zelfs heel verrast toen ik vertelde van het kindje in de kribbe. Er was geen spoor van herkenning.

Toen iemand van de verpleging voorstelde om te gaan zingen, werd dit dankbaar opgepakt door verschillende mensen. Samen zongen we “De herdertjes” , “Stille Nacht” , “Midden in de winternacht” en nog veel meer kerstliedjes. Hierbij konden mijn schoonmoeder en de andere bewoners ineens grote delen van de tekst meezingen. Heel bijzonder!

Tot slot stelde ik voor om “Ere zij God” te zingen, omdat dit in de protestantse kerk altijd het slotlied is van de kerstdienst. Mijn schoonmoeder is haar hele leven naar de protestantse kerk gegaan en zong nu dit lied dan ook van het begin tot het einde perfect mee! Ik vond dit zó ontroerend en bijzonder. Zo kan muziek en lofzang dus blijven doorklinken in ons, ook als ons geheugen voor een groot deel niet meer goed werkt. Uit interview met Antoeska Renes


Een gewone dinsdag in de sportschool

Op een gewone dinsdagochtend was ik getuige van een echte vriendschap. Twee breed lachende mannen omhelzen elkaar en maken een grap bij het weerzien. Samen lopen ze hun route van apparaten, elkaar stimulerend en aanmoedigend.

In de tussentijd voeren ze een echt gesprek. Er werden vragen gesteld als: “Wat betekende dat voor jou?” en “ Wat vond je daarvan?” Er vielen zin als: “Rot voor je man”  en “Liefde moet stromen”. Er was zoveel aandacht, liefde en plezier! Het maakte mijn dag goed.


Teleurstelling in het klooster

Onderweg zoek je een onderdak voor de nacht. Ik vertelde mijn dochter, waar ik al een paar dagen in Spanje mee optrok, dat ik graag naar een klooster wilde.

Een klooster waar een speciale ruimte is waar armen en daklozen worden opgevangen. Ik wist dit nog van jaren terug, toen was ik er ook geweest. Ik vertelde over mijn ervaring van destijds en het leek haar zeker ook de moeite waard om langs te gaan. Onderweg hadden we een Nederlandse jongen ontmoet die helemaal op de bonnefooi liep.

Hij sliep in de buitenlucht en zag wel waar wat te eten viel. Misschien had hij wel wat geld mee, bedachten we later. Nu is het in Spanje niet altijd de gewoonte dat je een oud krot afbreekt, dat laat je je gewoon staan tot het van ellende instort. Dus er is her en der wel een krotje te vinden om te slapen. Ook hij liep met ons mee naar het klooster. Hij wilde wel eens zien hoe het daar zou zijn. Maar och… hoe anders kan het lopen!

De ontvangst verliep al anders dan verwacht. Als je als pelgrim ergens wilt overnachten moet je je credential laten zien. (Dit is een kaart waarop je elke dag een nieuwe stempel krijgt.) Omdat de jongen geen credential had, mocht hij officieel niet mee naar de slaapzaal. De broeder was blijkbaar bang dat hij clandestien zou blijven slapen. Onze lobby voor de jongen veranderde daar helaas niets aan. Stiekem namen we hem toch even mee naar de slaapzaal.

Vroeg in de avond kregen we een rondleiding door het klooster en de kerk. De vorige keer troffen we een enthousiaste en vlot  Engelsprekende broeder. Hij vertelde over het ontstaan van de orde en over hun essentie van het leven.  Dit keer troffen we een slecht-Spaanssprekende broeder. Hij “holde” overal doorheen en was duidelijk niet bekend met “nieuwgierige” pelgrims.

Oké, dacht ik, dan leg ik mijn dochter wel uit wat ik nog weet van de vorige keer. Want hun werkwijze en doel spreken mij wel aan. Namelijk er willen zijn voor je medemens en hulp bieden waar mogelijk. Na de rondleiding namen we plaats aan één van de drie gedekte tafels. Er werd een kar naar binnen gereden waarop een grote pan soep stond. Daaronder een grote schaal salade en pasta. Daarnaast een grote schaal mandarijnen.

Het was de bedoeling dat we het eten zelf zouden opscheppen. Geen probleem natuurlijk. Maar er was een grote groep mensen die als hongerige beesten op de kar af stoven! Je wist niet wat je zag! Wat is dit, vroegen we ons af, net als de andere pelgrims aan onze tafel. Is dit nu gezamenlijk de maaltijd delen? We walgden ervan. Ongeloof viel ons ten deel. Zó kan het je dus ook onderweg gebeuren. Wat een contrast met mijn vorige ervaring hier!

Gelukkig waren de volgende herbergen wel een betere ervaring voor mijn dochter.


Oog in oog met een ……………… beer!

Tijdens onze reis ontmoeten wij in Szymbark (Polen) een hele bijzondere beer. Oog in oog stonden wij met deze bruine oorlogsbeer en hoorden zijn bijzondere levensverhaal. Nadat zijn moeder werd gedood door een jager werd de jonge beer in 1942 gekocht door een Poolse luitenant. Hij kreeg van hem de naam Wojtek, de officiële rang van soldaat, een eigen legerboekje met identificatienummer en later ook soldij, te weten een dubbel rantsoen voedsel.

De beer werd met veel zorg omringd. Omdat hij aanvankelijk nog niet kon eten, voedden de soldaten hem met gecondenseerde melk uit een oude wodkafles, geïmproviseerd met een fopspeen als babyfles. Na verloop van tijd ging de beer over op een dieet bestaande uit fruit, zoete siroop, marmelade, honing en ..… bier.

De Artillerie raakte al snel gehecht aan hun nieuwe vriend. Vooral omdat de beer een welkome afleiding was van de dagelijkse oorlogsrealiteit. Wanneer de uitgeputte soldaten terugkeerden naar de basis van de compagnie, begroette Wojtek hen altijd vreugdevol, hetgeen de gemoedstoestand van de soldaten enorm verbeterde. De beer was echter niet alleen de mascotte van de compagnie.

Weldra bleek ook dat hij een volwaardige strijdmakker was. Hij sjouwde onder andere munitie tijdens de gevechten bij Monte Cassino. Ondanks de chaos en de exploderende granaten bracht hij dapper munitie naar de artillerieposities. Hij nam deel aan de strijd niet alleen bij de Slag om Monte Cassino maar ook bij de verovering van de strategisch belangrijke havenstad Ancona (Italië).

De militaire carrière van Wojtek floreerde, de beer oefende en vocht aan de zij van de soldaten en daarvoor werd hij beloond met promotie tot de rang korporaal. Na de oorlog werd besloten om de beer aan de dierentuin in Edinburg te schenken. De directeur van de dierentuin beloofde goed voor Wojtek te zorgen en aan niemand te geven zonder toestemming van de compagniecommandant. De Poolse soldaten vergaten hun strijdmakker echter niet.

Wojtek werd zeer regelmatig bezocht door zijn oude kompanen en, geen acht slaand op de waarschuwingen van de verzorgers, klommen zij over de omheining om hem te begroeten. Zijn dood in 1963 vervaagde echter niet de herinnering aan de beroemde oorlogsbeer. In Edinburg hangt een gedenkplaat ter ere van Wojtek en er werd een standbeeld van hem onthuld. Een klein beeldje van de beer bevindt zich ook in het Imperial War Museum in London en in het Canadian War Museum in Ottawa. Wij hebben genoten van onze ontmoeting met deze heldhaftige beer.


Ontmoeting in het bos

Mijn wandeltocht in Spanje liep vandaag door een stuk bos. Wat heerlijk was, want de zon was goed aanwezig. Op het pad zag ik een man aankomen met een kruiwagen. Er lagen drie grote stukken boomstam in. Het was duidelijk een zware sjouw voor hem. Hij stopte om mij aan te spreken en even rust te nemen.

Spreekt u ook Duits, was zijn vraag. Gelukkig lukte mij dat ook wel een beetje. Hij vertelde dat hij als gastarbeider gewerkt had in Duitsland. Hij had het als een mooie tijd ervaren. Nu woonde hij weer in Spanje. Waar is het nu beter, vroeg ik hem, in Duitsland of in Spanje? Hij zei vol trots: in Duitsland was het goed, maar het is hier veel beter!

Ja, waar je wortels liggen, je roots, dat is zo vertrouwd, daar voel je je thuis. Hij was duidelijk blij weer dicht bij zijn familie te wonen. Hoe ouder je wordt, zo zei hij, hoe meer je naar je familie trekt. Hij bedankte me voor het gezellige praatje. Hij was blij toch weer even Duits te kunnen praten. Uitgerust en blij vervolgden wij allebei ons pad, ieder de andere kant op.


Heerlijk tuineren

Tuinliefhebbers, tuinhobbyisten en moestuinders, ze waren er allemaal afgelopen vrijdagochtend in de kerktuin bij “elk stekje verdient een plekje”. Ik ontmoette een hele enthousiaste hobbytuinder die diverse stekjes had meegebracht van eigen gekweekte planten in zijn tuin en hobbykas waaronder tomaten, paprika’s, afrikaantjes, maar ook heerlijke theeplanten zoals kamille en dropplant. Kortom, teveel soorten om op te noemen.

Onder het genot van een heerlijk kopje koffie, thee en een koekje werden stekjes uitgewisseld en was het heerlijk genieten voor de aanwezigen. En over een poosje kan men in eigen huis en tuin heerlijk proeven en genieten van alle zelfgekweekte oogst. Samen delen, ruilen en weggeven, daar draaide het hier om samen met de mooie ontmoetingen die plaatsvonden.


Even terug kijken op de lentemarkt

Ook de kerk was op deze mooie en zonnige lentedag open. De stoelen, een tafel met lekkers en de boekenkast hebben we buiten neergezet in het zonnetje.

Voorbijgangers uitgenodigd voor een kopje koffie of thee en om eventueel een kaarsje aan te steken of een boek mee te nemen. Opvallend veel ouders met jonge kinderen namen even de tijd om met hun kinderen in de kerk een kaarsje aan te steken. Soms voor een zieke oom, tante of opa en oma.

Een gesprek gehad met een mevrouw van wie de echtgenoot was overleden en die het best moeilijk vond om alleen op pad te gaan. En nu lekker bij ons kwam zitten voor een kopje koffie en het delen van haar verhaal. Hopelijk hebben we mensen weten te raken door mooie Ontmoetingen. Wij waren een aantal keren geraakt door de verhalen van voorbijgangers. Dank aan iedereen die heeft meegeholpen aan deze bijzondere lentedag.


Ubi Caritas

Vorig jaar, tijdens mijn pelgrimstocht, kwam ik na een heerlijke wandeling in een speciaal dorp met een nog specialer kerkje. Ik wist dit nog van zeven jaar geleden. Toen bezochten wij ook dit kerkje en dat staat nog vers in mijn herinnering. Het kerkje stond er nog precies zo bij.

Een prachtig beeldje van H. Jacobus uit de 13e eeuw maakt dit kerkje beroemd. Maar ook omdat hier in de Middeleeuwen al pelgrims werden opgevangen en er was ook een klooster. Bij binnenkomst zag ik direct weer het speciale beeld van een engel, niet vrouwelijk, niet mannelijk. Elk jaar op 21 maart om 8 uur schijnt het licht van buiten door een speciale opening precies op dit engelenbeeld.

Zeven jaar geleden werd hier door een vijftal pelgrims, waaronder wijzelf, het lied “Ubi Caritas” gezongen. Dat klonk zó prachtig! Alleen al de gedachte daaraan gaf mij weer kippenvel. Nu was ik niet met medepelgrims, maar was ik alleen, met de rondleidster van de kerk. Spontaan kwam “Ubi Caritas” in mij op en begon ik te zingen. Waarop de rondleidster daarna vertelde, dat ze had meegemaakt dat er een paar pelgrims waren die dit jaren geleden ook gezongen hadden! En daar was ik toen bij, vertelde ik haar spontaan. En ja, ook nu was het weer een heel bijzonder moment!


.

Vrolijke zwerver

Tijdens onze zomervakantie gingen we heerlijk uit eten bij een gezellige pizzeria gelegen aan zee. Na onze maaltijd vond mijn dochter het niet kunnen om een paar van onze overgebleven stukjes pizza zomaar weg te gooien, omdat we best veel zwervers zagen. Zij vroeg daarom aan de ober om een goodiebag. Een jonge zwerver, die wij regelmatig zagen, lag half slapend en geheel verzonken in zijn eigen wereld zachtjes vrolijk voor zich uit te zingen. Hij lag op een rustige plek tegen een gebouw aan.

We spraken hem aan en boden hem de goedgevulde goodiebag aan. Hij sprong onverwachts snel en lenig omhoog en zijn enthousiasme en blije blik verrasten ons enorm. Daarna bedankte hij ons uitbundig. Meerdere, redelijk jeugdige, zwervers troffen wij aan op onze vakantiebestemming. Deze zwervers zijn gedeporteerd uit Amerika en Canada wegens crimineel gedrag, zo vernamen wij. Aan hun Amerikaans accent konden wij hun afkomst ook wel horen. Al met al een onvergetelijke ontmoeting.


In het klooster

Tijdens een pelgrimstocht van “Wegen met Zegen” kwamen we langs het Dominicanen Klooster in Huissen. Bij mij bekend als de locatie waar voorheen de Vormelingen uit onze geloofsgemeenschap hun kampweekend hadden. Ik wilde graag eens een kijkje binnen nemen. Op mijn vraag of wij de kapel mochten bezoeken, antwoordde de receptionist: “Eigenlijk zijn we gesloten, maar vooruit…. ga maar”.

Even later kwam er een vrijwilliger binnen, waarschijnlijk om een oogje in het zeil te houden. We raakten aan de praat en hij vertelde dat hij een paar jaar geleden in Huissen is komen wonen. Destijds ging hij net zo nieuwsgierig naar binnen als wij nu deden. Hij woonde toen de mis bij, maar daar had hij nu hélemaal niets mee! Maar om nou zo maar weg te lopen uit de mis…… dat vond hij toch ook wel oneerbiedig. Toch bleef dit klooster hem trekken. Verrast was hij door de warme ontvangst en hij voelde zich opgenomen in de  geloofsgemeenschap. Hij mocht zijn wie hij was. De gemeenschap, dát voelde erg goed. Daar werd hij blij van.

Nog steeds is hij vrijwilliger en houdt de tuin bij. Enthousiast toonde hij ons het labyrint, gelegen in het gras, prachtig! Met een twinkeling in zijn ogen nam hij afscheid van ons.


De Mantelzorger

Bij een activiteit voor Mantelzorgers raakte ik in gesprek met een oudere dame die net als ik daar ook alleen aanwezig was. Ze vertelde dat ze haar zieke en inmiddels overleden man 25 jaar lang heeft verzorgd, vanaf zijn vijftigste jaar. Ze had ontelbare keren naar het ziekenhuis gereden voor haar man, omdat hij aan diverse ziektes leed.

Na zijn overlijden, nu een jaar geleden, vond ze het vooral erg moeilijk om er alleen op uit te gaan. Ik vroeg of ze bij mij kwam zitten. Ze vertelde dat ze geen kinderen heeft en elke avond alleen en staand aan haar aanrecht een hapje eet en dat ze dat heel ongezellig vindt. Ook gaf ze aan te weten dat dat eigenlijk anders moet, maar ze kan de energie er niet voor opbrengen en weet ook niet goed hoe daar zelf verandering in te brengen.

Ook zei ze vaak eenzaam en alleen te zijn en het moeilijk te vinden als ze ergens geweest is om weer  naar huis te gaan, omdat er niemand thuis is. Na afloop hebben we samen nog wat gedronken om de activiteit gezellig af te sluiten.


De taxichauffeur

Vrijdagmiddag 17.00 uur. Ik verlaat de tandarts in Montfoort. Achter mij gaat de deur van de praktijk op slot. Nu nog naar huis en dat is best een dingetje zonder auto. Ik belde een taxi. Ik kende de taxichauffeur die een kwartier later het portier voor me opende. Een gevluchte Syriër die inmiddels goed Nederlands spreekt. Ik bedank hem voor zijn snelle komst. ‘Geen probleem, mevrouw’, zegt hij, ‘we zijn er toch om elkaar te helpen?’ ‘Zeker’, antwoordde ik. ‘En ook om lekker te eten’,  zegt hij. Als ik lach, is hij verbaasd. ‘Fout?’ zegt hij. ‘Nee, lijkt me wel mooi’, zeg ik, ‘samen aan tafel, en elkaar helpen.’

Ik vraag hem of hij een geloof heeft. ‘Ja, moslim’, zegt hij, ‘maar niet fanatiek hoor.’ Niet fanatiek betekende bijvoorbeeld ook niet al te fanatiek vasten in de Ramadan. Tot ergernis van zijn vrouw. Maar volgend jaar was hij met pensioen en dan hoefde het niet meer. Ik vertel hem dat katholieken ook vasten. ‘Dat begint op Valentijnsdag, niet?’ zegt hij, ‘Wel fijn, een lieve God. Onze is heel streng.’

Ik vraag hem of hij weet wat onze regels zijn.  ‘Geen vlees’,  zegt hij, ‘alleen maar geen vlees. Jammer, maar niet moeilijk.’ Dan vraagt hij:  ‘Als ik na mijn dood bij God kom, en ik heb niet gevast, is Hij dan boos? Stuurt Hij me naar de hel?’ ‘Ik weet het natuurlijk niet, maar misschien vindt God het belangrijker dat je de armen helpt’, zeg ik. ‘Trouwens, geloven jullie in een leven na de dood?’ ‘Ja’, zegt hij, ‘mensen gaan naar Paradijs. Maar alleen als alles goed gedaan is. Dus niemand gaat. Toch? De hel is alleen voor misdadigers.  Dus: waar gaan we dan naar toe? Ik heb geleerd: God heeft een boek, en daar staat het in. Maar mijn kinderen zeggen: ‘Doe niet zo gek. Dat geloof je toch niet?’

Ik vertel hem van het vagevuur. Dat leek hem het meest realistisch voor gewone mensen zoals wij. Voor die mensen kon je, net als katholieken in ieder geval vroeger deden, bidden. ‘Dua’ heette dat in zijn traditie. Bidden voor de zielenrust van de overledenen. Zelfs de engelen over wie wij regelmatig zingen als we onze overledenen uitgeleide doen, kende hij:  ‘die komen de ziel ophalen, een uur na de begrafenis’, zei hij.

Inmiddels stonden we voor ons huis. Hij stopte de meter, typte het bedrag in, en verlaagde die vervolgens ruimhartig. ‘Voor het goede gesprek’, zei hij. ‘Dank’,  zei ik, ‘u bent een engel.’ Hij was verrast, maar hij hield het niet voor onmogelijk.


Er is meer geloof dan wij denken

Enige tijd geleden zijn de werkgroepenleden van Ontmoeten Raakt op bezoek geweest bij pastor Henny Slot in Alkmaar. Het doel van ons bezoek was Henny te betrekken bij het vraagstuk: “Toekomstgericht kerkzijn in Montfoort”. Hoe blijven wij in de toekomst – zonder de inspirerende persoonlijkheid van Henny – een inspiratie voor de mensen?

De conclusie van de ochtend was dat het antwoord in onszelf zit. Wij allemaal zijn geïnspireerd door de Liefde van God en brengen dit samen over op onze medemens. Ieder op zijn “eigen wijze”. “Geniet van de verschillen!” was het wijze advies van Henny. En hij gaf aan “God = Liefde” dat wil zeggen liefde zonder onderscheid, voor elk medemens.

Wij zullen ons blijvend moeten richten op sleutelfiguren in de Montfoortse samenleving. Hen betrekken en ons kerkzijn laten zien in de samenleving. Een hoopvol “Slotwoord” van Henny op deze mooie ochtend:  “Er is meer geloof, dan wij denken!”.


Een beetje medeleven

Onderweg naar onze vakantiebestemming staan we met ons gezin op elkaar gestapeld in een snikhete transferbus die ons naar het vliegveld zal brengen. Onze puberdochterlief vindt het niet kunnen dat het zó lang duurt in deze hitte, voordat de bus vertrekt. Chagrijn alom. Wij moesten er wat om lachen.

Naast ons staan een Franse moeder en haar dochter die ons tafereel gade slaan. De dochter, die mijn leeftijd had, keek mij bij het uitstappen  van de bus vol medeleven aan en zei toen: “Have a nice holiday!”. Aan haar blik zag ik dat ze het meende.


Stil en verlaten

Soms heb je niet in de gaten wat je lichaamshouding of een begroetend woord bij iemand kan teweegbrengen. Zo liep ik onlangs door een verlaten Spaans plaatsje. Soms zijn er maar vijf of tien inwoners. Voor de gezinnen en jongeren is er geen werk op het platteland en de urbanisatie is dan een feit. De ouderen die in het dorp willen blijven, wonen er vaak alleen maar in de zomer. In de winter trekken ook zij vaak naar de stad om bij één van de kinderen te verblijven.

Ik liep dus door zo’n verlaten dorp. In de verte zag ik een oude vrouw schuifelen over de straat richting haar huis. Van de meeste huizen daar is de voordeur bereikbaar via een trap. Ik zag haar de trap omhoog nemen en ze wachtte duidelijk om te kijken waar ik heen zou gaan. Of zat ze verlegen op een groet, een teken van leven?

Hola, zei ik toen, Buenos Dias (goedemorgen)! En ik stond even stil om haar te groeten. Het was ontroerend om te zien hoe haar ogen begonnen te twinkelen, een brede glimlach verscheen en langzaam opende ze haar deur, na eerst nog een enthousiaste zwaai met haar hand naar mij.

Misschien was dit de eerste keer die dag dat ze een stem hoorde, bedacht ik me. Och, hoe eenzaam moet dit zijn voor haar. Ik had gewoon met haar te doen op een doodgewone dag.


Zomaar in de supermarkt

Op een zonnige dag ging ik naar de supermarkt en ik groette daar een bekende en vroeg spontaan hoe het ging. Hij vertelde dat zijn vrouw ernstig ziek is geweest  en helaas niet meer in staat is om te werken en niet meer “vrij” is om te doen en laten wat zij graag wil in haar leven. Het heeft een enorme impact op zijn gezin. Om toch een fijne dagbesteding te hebben, koos zijn vrouw voor het doen van vrijwilligerswerk.

Ik kreeg een heel verdrietig verslag te horen van haar ziekte, de verwachtingen en de beperkingen als gevolg daarvan en ik luisterde en luisterde. Na het onroerende relaas namen wij afscheid. Geheel in gedachten over dit verhaal ging ik weer naar huis. Intens dankbaar dat ik wel “vrij” ben om te gaan en staan waar ik wil.

Het was goed om hier zelf weer eens bij stil te staan. En ook om stil te staan bij het feit dat ik vrij ben om mijn eigen keuzes te maken zonder een fysieke of geestelijke beperking, dat is een groot goed. Ik denk nog regelmatig aan dit onverwachte en openhartige gesprek terug en ik ben blij dat ik een luisterend oor heb kunnen zijn voor iemand met een levens veranderd verhaal.


Een prachtig klooster

Ik liep onlangs in Silleda (Spanje) tijdens mijn pelgrimstocht op met een groepje jonge meiden, zo rond de 25-30 jaar. Ik vroeg wat zij met elkaar gemeen hebben. Het bleek een groep jongeren te zijn uit Portugal. Met begeleiding lopen zij vanuit Ourense de Camino.

Enthousiast en overtuigd proberen zij jongeren bij te brengen wat zij zelf ervaren in het katholieke geloof. De houvast en steun. Eén van hen, met wie ik wat langer opliep, vertelde dat ze ervaren dat jongeren weinig tot niets meekrijgen wat geloof betreft van hun ouders. Iets wat zijzelf toch wel als fijn ervaart, er is een basis.

Twee dagen later kom ik de groep weer tegen in de herberg. Ik vroeg wat hun bestemming zou zijn de volgende dag. Er is namelijk een kleine omweg naar een Monesterio Oseira, een prachtig klooster. Dat weet ik nog van 7 jaar terug, toen ik daar ook ben geweest. Ik vertelde mijn ervaring van destijds. De meiden werden enthousiast en gingen overleggen met de leiding.

De volgende dag, aankomend in Oseira werd ik blij verrast, de hele groep zat er te wachten op de opening van het klooster voor de rondleiding. Verheugd keek degene mij aan die ik steeds gesproken had! Ze waren erg onder de indruk van het klooster, zo mooi!

Na de rondleiding bedankte ze mij voor de tip. Ook vroeg ze of ik wilde meebidden als afsluiting van dit bezoek. Er werden voorbeden gebeden, staande in een kring, in de tuin van het klooster. Mooier kon niet. Er werden foto’s gemaakt over en weer en we voelden ons allemaal zo blij! De dag kon niet meer stuk!


De levensboom als betekenisvol symbool

In de zondagviering van 18 februari werd gesproken over de “Levensboom”. De afbeelding voor de nieuwe Paaskaars en de huispaaskaars gaf aanleiding om te spreken over het hongerdoek uit 1982. Het hongerdoek bood mooi verbinding met de lezingen. De uitleg over de betekenis van de Levensboom en het gebruik ervan, op verschillende bijzondere momenten in het leven. Bijvoorbeeld ook dat deze geplant kan worden ter nagedachtenis van een overledene.

Na de viering vertelde een mevrouw aan mij hoe zij geraakt werd door de uitleg en betekenis van de Levensboom. Hoe zij dit zelf ervaren heeft bij het planten van een Levensboom na het overlijden van haar man. Met precisie vertelde zij dat er 1350 gram as onderin het gegraven gat voor de boom ging. Dit was voor de wortels, de voeding, de bron. De overige as mocht rondom de boom vermengd worden met grond. Elk voorjaar is ze weer blij en dankbaar dat ze kan zeggen tegen haar “man”: Wat heb je toch weer mooie blaadjes! Haar emotie raakte mij en voelde als een mooie ontmoeting.