Lezing van de dag

Rechts boven kiest u de datum.
Daarna verschijnen de lezingen: eerste lezing, psalmgebed en evangelielezing.
De tweede lezing die normaal (op zondagen) wordt gehouden wordt niet getoond.

Lezingen van woensdag 3 juni 2026

Eerste lezing

Uit de 2e brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteüs 1,1-3.6-12.

Van Paulus, apostel van Christus Jezus door de wil van God, volgens de belofte van het leven dat in Christus Jezus is,
aan Timoteus, zijn geliefd kind. Genade, barmhartig­heid en vrede voor u vanwege God de Vader en onze Heer Christus Jezus!
Het is met dankbaarheid jegens God, die ik, evenals mijn voorouders, met een zuiver geweten
tracht te dienen, dat ik uw naam noem in mijn gebeden, zonder ophouden, dag en nacht.
Vergeet dus niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade die in u is door de oplegging van mijn handen.
Want God heeft ons niet een geest geschonken van vreesachtigheid,
maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.
Schaam u dus niet van onze Heer te getuigen. Schaam u evenmin voor mij, zijn gevangene.
Draag uw deel in het lijden voor het evangelie, door de kracht van God,
die ons gered heeft en geroepen met een heilige roeping, niet op grond van onze verdiensten,
maar volgens het vrije besluit van zijn genade. Van alle eeuwigheid ons verleend in Christus Jezus,
is zijn genade nu openbaar geworden door de verschijning van onze Heiland, Christus Jezus,
die de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven deed aanlichten door het evangelie.
Van dit evangelie ben ik aangesteld als heraut en apostel en leraar.
Daarom moet ik ook deze nieuwe beproeving onder­gaan, maar ik schaam er mij niet voor,
want ik weet in Wie ik mijn vertrouwen heb beschonken, en ik ben ervan over­tuigd,
dat Hij bij machte is ongerept te bewaren wat mij is toevertrouwd, tot aan de grote dag.

Psalm

Psalmen 123(122),1b-2.

Naar U sla ik mijn ogen op,
toe U die woont in de hemel.
Zoals de oog van een slaaf
gericht op de hand van zijn meester;

Zoals het oog van de dienstmaagd
gericht op haar meesteres,
zo richt zich ons oog op de Heer onze God
tot zich om ons bekommert.

Evangelielezing

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 12,18-27.

In die dagen kwamen er Sadduceeën bij Jezus; dezen houden dat er geen verrijzenis bestaat. Ze legden Hem daarom de volgende kwestie voor:
'Meester, wij zien bij Mozes geschre­ven staan: Als iemands broer sterft en een vrouw achterlaat maar geen kinderen, dan moet zijn broer die vrouw nemen om aan zijn broer een nageslacht te geven.
Nu waren er eens zeven broers. De eerste nam een vrouw, maar liet bij zijn dood geen kinderen na.
Toen nam de tweede haar, maar ook hij stierf zonder kinderen; zo ging het ook met de derde;
kortom geen van de zeven liet kinderen na. Het laatst van allen stierf ook de vrouw.
Bij de verrijzenis, wanneer zij opstaan, van wie van hen zal zij dan de vrouw zijn? Alle zeven toch hebben haar tot vrouw gehad.'
Jezus antwoordde: 'Zijt gij niet op een dwaalspoor, juist omdat gij noch de Schrift, noch Gods macht kent?
Wanneer de mensen uit de doden opstaan, huwen zij niet en worden niet ten huwelijk gegeven, maar zijn ze als engelen in de hemel.
En wat de verrijzenis der doden betreft, hebt ge in het boek van Mozes niet gelezen, waar het gaat over de braamstruik, hoe God tot hem zei: Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob?
Hij is geen God van doden maar van levenden. Ge verkeert in grote dwaling.'


Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen
Om de bijbellezingen iedere morgen in Uw mailbox te ontvangen, kunt u zich hier inschrijven : dagelijksevangelie.org