Het werk van de rouwvoorgangers en rouwbegeleiders – 15 oktober 2026

Marianne en Margreet
Tijdens een bijeenkomst rond Allerzielen vertelden Marianne van den Boogaard, voorganger in de uitvaartliturgie, en Margreet van Angelen, medeoprichter van de rouwgroep in Nieuwegein, over hun werk en ervaringen. Hun verhalen maakten duidelijk hoe belangrijk het is om echt naar elkaar te luisteren, ruimte te geven aan verdriet en mensen te helpen hun weg te vinden na het verlies van een dierbare. Want rouw betekent niet dat we moeten vergeten. De liefde en verbondenheid blijven, ook wanneer iemand er niet meer is.
De avond begon met Mijn Hemel, een gedicht van Rien Brouwer, de oom van de schrijver van het slotgedicht Waar Liefde blijft. Met dit laatste gedicht werd de bijeenkomst afgesloten. Beide gedichten verbonden het verlangen naar de hemel met de gedachte dat liefde voortleeft in onze herinneringen en in alles wat we van elkaar hebben meegekregen.
Allerzielen, dat op 2 november wordt gevierd, is een dag van herinnering en verdriet, maar ook van hoop. We staan stil bij mensen die een belangrijke plaats in ons leven hebben ingenomen. We denken aan wat zij voor ons hebben betekend, aan de mooie herinneringen die we met ons meedragen en aan het gemis dat soms nog altijd voelbaar is.
Het gebruik om voor overledenen te bidden, bestaat al vanaf de eerste eeuwen van het christendom. De vaste datum van 2 november werd rond het jaar 1000 ingevoerd door abt Odilo van Cluny, een klooster in Frankrijk.
De avond op 15 oktober begon met het gedicht Mijn Hemel van mijn oom, die eveneens Rien Brouwer heette. Hij was beeldhouwer en maatschappelijk werker. Zijn gedicht verscheen op 24 december 2009 in Trouw.
In het gedicht verwoordt hij zijn persoonlijke beeld van de hemel en de verbondenheid met zijn drie kinderen. Hij beschrijft hoe hij zich een hemel voorstelt als een stamboom, gegroeid uit een mosterdzaadje, waarvan de zijtakken zijn geliefden raken en naar het goddelijke licht groeien. Tegelijkertijd erkent hij dat het goddelijke voor een mens niet volledig te begrijpen is. Daarom houdt hij zich vast aan Jezus en Maria.
Met dit gedicht kreeg de avond meteen een persoonlijke en spirituele betekenis. Het bracht de vraag dichtbij wat ons verbindt met degenen die we moeten missen en hoe geloof, liefde en herinneringen ons kunnen helpen om met dat gemis om te gaan.
Na een korte inleiding over de betekenis van Allerzielen namen Marianne van den Boogaard, voorganger in de uitvaartliturgie, en Margreet van Angelen, medeoprichter van de rouwgroep in Nieuwegein, ons mee in hun werk en ervaringen.
Marianne vertelde over haar werk als uitvaartvoorganger. Aan de hand van verhalen liet zij zien hoe belangrijk het is om werkelijk te luisteren, met aandacht voor wat iemand vertelt én voor wat soms niet in woorden wordt uitgedrukt. Het gaat erom goed waar te nemen, niet te snel conclusies te trekken en niet voor een ander in te vullen wat hij of zij denkt of voelt.
Ook het gesprek met iemand die ernstig ziek is en weet dat het levenseinde nadert, kan veel betekenen. Door tijdig met de betrokkene en de familie te bespreken wat belangrijk is en welke wensen er leven, ontstaat ruimte voor duidelijkheid en rust. Juist die persoonlijke aandacht kan helpen om het afscheid op een passende manier vorm te geven.
Margreet vertelde over het werk van de rouwgroep en de verschillende manieren waarop mensen steun kunnen vinden na het verlies van een dierbare. Dat kan in een gespreksgroep, tijdens een gezamenlijke wandeling of op een inloopavond. Mensen kunnen er hun verhaal delen, ervaringen uitwisselen en ontdekken dat zij niet alleen staan in hun verdriet.
‘We maken het eerst altijd gezellig’, vertelde Margreet. Daarmee benadrukte zij hoe belangrijk het is dat mensen zich welkom en op hun gemak voelen. Er mag verdriet zijn, maar er is ook ruimte voor ontmoeting, warmte en soms een lach.
In haar verhaal verwees zij onder meer naar de inzichten van de Belgische rouwdeskundige Manu Keirse. In het rouwproces gaat het erom de werkelijkheid van het verlies onder ogen te zien, de pijn toe te laten, te leren omgaan met die pijn en zich opnieuw aan te passen aan een wereld waarin de overledene er niet meer is.
Daarbij is het levend houden van herinneringen van grote betekenis. Wie iemand heeft verloren, hoeft die persoon niet te vergeten om verder te kunnen leven. De band verandert, maar wat iemand voor ons heeft betekend, kan blijvend deel uitmaken van ons leven.
Tijdens de avond spraken we ook over de ziel: de diepste kern van ons mens-zijn, de stille plek in ons waar leven, liefde en verlangen samenkomen. In die innerlijke ruimte worden we geraakt door liefde, gemis en hoop.
Zonder schroom werden persoonlijke verhalen over het verlies van geliefden gedeeld, met veel respect en aandacht voor elkaar. Het luisteren naar elkaars ervaringen maakte voelbaar hoe verschillend rouw kan zijn, maar ook hoeveel mensen met elkaar gemeen hebben.
In het zoeken naar troost en in het elkaar bijstaan, mogen we iets zichtbaar maken van Gods nabijheid en liefde. Wie ruimte geeft aan zijn verdriet en luistert naar wat er diep vanbinnen leeft, kan langzaam kracht vinden om verder te gaan. Niet doordat het gemis verdwijnt, maar doordat er naast het verdriet ook weer ruimte kan ontstaan voor liefde, hoop en verbondenheid. En doordat we mogen ervaren: ik hoef het niet alleen te doen.
De avond sloot ik af met mijn eigen gedicht Waar Liefde blijft. Het vormt als het ware een antwoord op het openingsgedicht van mijn oom. Waar hij zoekt naar de hemel en het goddelijke licht, verwoord ik in mijn gedicht hoe liefde ook na de dood aanwezig blijft: in herinneringen, in onze woorden en gebaren en in alles wat dierbaren ons hebben meegegeven.
De slotregels vatten de gedachte van de avond samen:
Want wie wij liefhebben,
raken wij nooit helemaal kwijt.
Zij leven verder in onze herinneringen,
in onze woorden,
in onze gebaren,
in alles wat zij ons hebben meegegeven.
En misschien is dat wat liefde doet:
zij blijft.
Zij leeft verder in ons —
en wij in elkaar.
Zo werd het een avond van herinneren en gedenken, maar ook van ontmoeting, verdieping en hoop. Twee gedichten, geschreven door een oom en zijn neef, verbonden het persoonlijke met het universele: het verlangen naar een hemel en de ervaring dat liefde niet ophoudt bij de dood. Misschien is dat wel een van de belangrijkste gedachten van Allerzielen: wie we moeten missen, blijft op een andere manier met ons verbonden.