PriestervooreeuwigPriesterschap

In het licht van allerlei opmerkingen binnen en buiten onze Kerk over het priesterlijke celibaat, is het volgens mij noodzakelijk om de vaste grondslagen van deze discipline zo oud als de kerk in herinnering te brengen. We moeten beginnen met te herinneren aan de grootheid van het door Jezus Christus gestichte priesterschap, waaraan de priesters van het Nieuwe Verbond deelnemen, en de heiligheid die door deze staat wordt geëist. Sacerdos alter Christus: de priester is een andere Christus. De grootheid van de priester is gebaseerd op het feit dat hij, door deelneming aan het priesterschap van Christus, het priesterlijk karakter bezit. Christus als priester beschouwen is de enige manier om toegang te krijgen tot de waarheid en de grootheid van het katholieke priesterschap.


De essentie van het priesterschap

De brief aan de Hebreeën geeft deze beroemde definitie van het priesterschap: "Elke hogepriester uit mensen genomen, wordt aangesteld voor de mensen ten behoeve van hun verhouding tot God om gaven en offer op te dragen voor de zonden" (Heb 5:1). De priester is dus een middelaar: hij offert en offert God in de naam van het volk, het is doorlopende bemiddeling. Maar hij is ook door God gekozen om zijn genade en vergeving aan mensen mee te delen, het is bemiddeling van bovenaf. Bemiddeling is bepalend voor het priesterschap.

Maar van wie ontvangt Christus zijn priesterschap? Sint Paulus antwoordt dat het priesterschap zo hoog is, dat zelfs "Christus in zijn menselijkheid deze waardigheid niet kon aannemen". Het was de Vader zelf die zijn Eeuwige Priester Zoon vestigde: 'Christus gaf zichzelf ook niet de glorie om een ​​Hogepriester te worden, maar Degene die hem aansprak gaf het Hem: Je bent mijn zoon, vandaag heb ik je verwekt; zoals hij ook elders zegt: u bent priester voor eeuwig volgens de orde van Melchisedek' (Heb 5: 4-6).
En hoe werd Christus priester? Op dezelfde manier dat hij de middelaar werd tussen God en mensen: door zijn menswording (incarnatie). Omdat de bemiddelaar een bemiddelaar moet zijn tussen God en mens (uitersten) en deze samenvoegt in Zijn menswording. Dit vereist twee voorwaarden: 1) op een afstand van God en mens te zijn; 2) dat overdraagt aan God en de mens wat aan de ander toebehoort.

Christus als mens voldoet aan deze twee voorwaarden: hij is van nature uit God voortgekomen en mens geworden, maar ook verschillend van mensen door de immense waardigheid van zijn genade en zijn heerlijkheid. In alles aan ons gelijk, maar niet in de zonde. Bovendien geeft hij de voorschriften en gaven van God door aan de mensen, en anderzijds geeft Hij de voldoening, eisen en gebeden van de mensen aan God. Niet alsof hij ze van mensen had ontvangen, maar omdat Hij God voor mensen aanbiedt wat Hij hen heeft aangeboden tot opbouw van een waar en echt christelijk leven.

Dit is waarom Christus een priester wordt op het moment van de incarnatie. Vanaf dat moment was hij bemiddelaar en Hogepriester. Door de hypostatische vereniging - de vereniging van de twee naturen, goddelijk en menselijk, in de eenheid van de persoon van het Woord - dringt de Zoon, de tweede persoon van de Drie-eenheid, door en bezit de ziel en het lichaam van Jezus. Jezus Christus is daarom de priester bij uitstek. "Dit is inderdaad de hogepriester die we nodig hadden, onschuldige, ongeschonden heilige... opgewekt, verheven boven de hemel" in de woorden van Sint Paulus (Heb 7, 26). Tot het einde der tijden zullen de priesters van deze wereld deel hebben aan de macht van Jezus, waarlijk God en waarlijk mens. Jezus is de enige bron van het hele priesterschap.
We kunnen dus zeggen dat de schoot van de Heilige Maagd Maria het heiligdom was waarin de eerste priesterlijke wijding plaatsvond - en in zekere zin de enige, waar alle andere wijdingen uit voortkomen.

Christus, priester en slachtoffer
In tegenstelling tot elk ander offer, en vooral de offers van het Oude Testament, is de priester in het offer van de Nieuwe Wet ook de aangeboden gastheer. De priester en het slachtoffer zijn verenigd in één en dezelfde persoon.
In dit offer verheerlijkt de priester God met volkomen eerbetoon, het maakt de Heer toegankelijk voor de mens en de priester verkrijgt voor hen alle genade voor dit aardse leven en voor het eeuwige leven.

In Jezus vervulde de priester, een eerbied en een diepe aanbidding in zijn ziel, door de beschouwing van de oneindige majesteit van zijn Vader. Hij kende hem, omdat geen enkel schepsel hem ooit kan kennen: 'Vader, al heeft de wereld U niet erkend. Ik hebt U erkend.’ (Johannes 17:25). De goddelijke volmaaktheden sierden zijn intelligentie: de absolute heiligheid van God de Vader, Gods soevereine rechtvaardigheid, Gods oneindige genade.
Dit inzicht brengt de priester in eerbiedige vrees (diepe eerbied) en in de deugd van Godsvertrouwen die de priester moet bezielen. In Jezus, het onbevlekte slachtoffer, ontdekken we nog steeds aanbidding, maar die wordt uitgedrukt door de acceptatie van frustratie (door de zonde van mensen) en dood. Hij wist dat hij bestemd was voor het Kruis voor de vergeving van de zonden van de wereld; voor goddelijke gerechtigheid voelde Hij zich belast met het angstaanjagende gewicht van alle overtredingen van het menselijk ras. Hij stemde volledig in met deze slachtofferrol. Als God en mens neemt Jezus als Zoon van God alle zonden van heel de mensheid en ieder mens persoonlijk op Zich

HogePriesterDus toen hij de wereld binnenging, nam de Zoon van God een lichaam aan dat in staat was om lijden en dood te verdragen: "Want wij hebben geen hogepriester die niet instaat is mee te voelen met onze zwakheden; Hij heeft volkomen dezelfde beproevingen gekend als wij, maar Hij heeft NIET gezondigd '(Hebreeën 4:15) Hij heeft geleden tot de dood, tot de dood aan het kruis.

Christus oefent zijn priesterschap uit
Het hele leven van Jezus was priesterlijk, maar de uitoefening van zijn priesterschap schijnt met name vier keer: ten tijde van de incarnatie, bij het laatste avondmaal, aan het kruis en na zijn hemelvaart.

De eerste beweging van de ziel van de vleesgeworden Zoon van God was een daad van soevereine religie. Sint Paul openbaart het: "Toen Hij in deze wereld kwam, zei Christus: "Omdat je geen offer of oblatie meer wilde, vormde je een lichaam voor mij. Je hebt niet langer brandoffers of offers voor zonde geaccepteerd, dus ik zei: Hier ben ik - omdat het over mij in de boekrol gaat - ik kom, o God, om je wil te doen” (Hebreeën 10, 5-7).
Dit onuitsprekelijke offer was zijn antwoord op de ongeëvenaarde genade van hypostatische vereniging; het was een priesterlijke daad die voorafging aan het verlossende offer en aan alle handelingen van het hemelse priesterschap.

Bij het laatste avondmaal is Christus paus en gastheer, zoals het Concilie van Trente (1542-1562) bevestigt: "Bij het laatste avondmaal verklaarde hij zichzelf een priester die voor eeuwig was opgericht volgens de orde van Melchisedek en bood hij zijn lichaam aan de Vader aan en zijn bloed, onder de gedaante van brood en
wijn”. Soevereine priester, met zijn eigen onmiddellijke gezag, stelde hij drie bovennatuurlijke wonderen in, die hij aan zijn kerk nalaat: het offer voor alle mensen, het sacrament van de eucharistie innig verenigd met de mensheid, en het priesterschap, voorbestemd om te worden voortgezet tot 'in eeuwigheid'.

Aan het kruis verlost Christus ons door de hoogste daad van geloof die er is: opoffering. Dit offer is bij uitstek gunstig.
In de ogen van God overtrof de waarde van zijn opoffering (immolatie) van zijn Zoon alle afkeer die hij had voor onze wreedheden en zonden.
Dit bloedig offer, van zijn Lichaam en Bloed, vergoten aan het kruis, is de hoogte opoffering. Jezus geeft Zijn leven opdat wij kunnen leven.

Tenslotte, Jezus opgestegen naar de hemel, gebruikt zijn offer voor eeuwig door de vruchten van dit offer in tijd en eeuwigheid aan ons door te geven.
In de hemel wordt de hoogste en grootste liturgie gevierd: Christus biedt zichzelf aan de Vader aan, en deze glorieuze aanbieding (oblatie) is de voltooiing, de voleinding van de verlossing.
In deze hemelse liturgie zullen we allemaal verenigd zijn met Jezus en met elkaar. We zullen deelnemen aan de aanbidding, in liefde, aan de dankzegging die hij en al zijn leden naar de Heilige Drie-eenheid brengen.

Zo staat de priester, als gewijde dienaar, “als andere Christus” als middelaar tussen God en mensen. Een gave en opgave die zijn hele aardse leven als mens omvat, waar het celibaat bij uitstek een teken van is.

(met dank aan Dom Columba Marmion, Le Christ, idéal du prêtre. - Editions de Maredsous, 1951)

Pastoor Van der Vegt
Reageren? Klik hier.
© 3eenheidparochie 2012 - 2020          --- AVG-verklaringen --- ↑ Top