Afscheidsviering Pastor Oldenhof

pastor oldenhof groot1“Gezocht en gevonden” was het motto van de viering van 28 oktober 2018, waarin Ria en ik en onze kinderen afscheid namen van de parochie. 18 Jaar geleden zocht ik een andere werkplek. We streken neer in Nieuwegein en tot onze grote vreugde kwam na korte tijd de pastorie naast de Nicolaaskerk vrij. Wij hebben er met onze drie zonen enorm genoten van het huis en de moestuin en een nieuwe vriendenkring. Ik vond mijn draai in de nieuwe werkomgeving.

Eerder, in Amersfoort, drong zich tijdens een viering heel sterk een beeld aan me op; het beeld van een wand van water, over de hele breedte van de kerk. Ik zocht naar de betekenis ervan. Gaandeweg ontdekte ik die: het beeld komt uit het boek Exodus. Daar is ook een wand van water: tijdens de doortocht van het volk door de Rietzee, weg van Egypte naar het beloofde land. Het beeld had me dit te zeggen: laat deze plek achter je; de Voorzienigheid zal je leiden naar een land waar het beter is. Mozes vertrouwde op de Eeuwige en Zijn belofte van trouw en voorspoed. Later voorzag de profeet Jeremia dat er een einde zou komen aan de ballingschap. We hoorden het in de eerste lezing. Ook voor mij werd het beter; deze parochie werd voor mij het beloofde land. Ik mocht hier een sterke groei doormaken, als mens en als pastoraal werker met als specialisatie diaconie. We voelden ons hier thuis als gezin. Mijn vrouw Ria was een grote steun voor mij. Onze kinderen groeiden hier op. Ons gezin bood een prachtige en stevige basis voor ons allen. Daar ben ik heel dankbaar voor.

Mijn core business werd, naast weekendvieringen en uitvaarten, de inzet vanuit de R.K. kerk voor mensen in de samenleving die dringend hulp en ondersteuning nodig hebben. Ik ben het nieuwe land gaan verkennen en heb meegeholpen om het te ontginnen en de mogelijkheden ervan te benutten. Ik ben met mensen door de diepste dalen gegaan: uitgeprocedeerde vluchtelingen die geen onderdak hadden; de Voedselbank die vastliep; Roma die hun huis werden uitgezet. Ook zette ik het Pastoraal Café op voor mensen uit de psychiatrie en zocht ik contact met moslims en Syrische vluchtelingen.

Mensen zeggen van mij dat ik zo’n enorm netwerk in Nieuwegein en omgeving heb opgebouwd en dat hen opvalt dat ik graag werelden met elkaar verbind. Dat klopt. Op de één of andere manier zit dat in de innerlijke blauwdruk, die ik van Onze Lieve Heer voor mijn leven heb meegekregen. Toen ik als kind met blokken speelde, was al mijn favoriete bouwwerk een brug. Onbewust dacht ik misschien dat mensen en werelden die van elkaar gescheiden zijn, toch behoren tot die ene, grote mensenfamilie. Arm en rijk, migrant en autochtoon, moslim en christen, ziek en gezond: alleen verbonden met elkaar kunnen we er een echte samenleving van maken waar het voor ieder goed toeven is. Net als met Roma en gadjo oftewel burgers, katholiek en protestant, kerk en maatschappij. Die verbinding komt niet vanzelf tot stand. De krachten die mensen uiteen drijven zijn soms zelfs heel sterk. Angst, egoïsme, haat, verstarren in opvattingen of in zelfbeklag; niets menselijks is ons vreemd.

Toch is het zoeken naar verbinding mogelijk. En het is een opgave voor ons allemaal. Ga bij jezelf na waar jouw talenten en mogelijkheden liggen, jouw diepste verlangen, jouw taak, jouw roeping die de Allerhoogste in jouw hart heeft gelegd. Volg de roepstem die in je kan klinken als je ruimte maakt in je ziel. Laat God tot je spreken, tot jou persoonlijk, zoals Hij vanuit het verborgene ook tot mij gesproken heeft, in tekenen die ontcijferd konden worden. Het is zoals Jezus zegt: “Zoek eerst het koninkrijk Gods, en alles zal je erbij gegeven worden”. Bij het op zoek gaan naar die roepstem in mijn leven was en is mijn grote inspiratiebron de heilige die hier onder de oude preekstoel meer dan levensgroot is uitgebeeld: Franciscus van Assisi. Deze speelman Gods was volgens tijdgenoten een min mannetje om te zien. Maar zijn innerlijk vuur verwarmt tot op de dag van vandaag wereldwijd mensen en zet ze in beweging.

Dat vuur, die liefde, die passie, dat verlangen naar verbinding kan ook in ieder van ons ontbranden. Want het vindt zijn bron in het hart van de Allerhoogste. Deze heeft niet alleen de heiligen maar ons allen lief. Sterker nog: zijn grootste liefde gaat uit naar wie arm en kwetsbaar is. Ik herinner me een uitspraak van een bajespastor: “Nergens wordt er meer gebeden dan in de gevangenis”. Zo heb ik ook ervaren hoe intens Roma kunnen bidden in de Mariakapel van Jutfaas. Het gebed behoedt voor verstarring. Door in gebed uiting te geven aan je eigen radeloosheid blijft het innerlijk verlangen, het vertrouwen in toekomst, open. Het gebed houdt je demonen op afstand. Omdat vanuit de diepte Gods aangezicht wordt gezocht en gevonden.

Er staat een plaatje voorop het boekje van deze viering: de zegenende en richting wijzende hand van de Allerhoogste. Het komt uit het gewelf van een oud kerkje in de Pyreneeën, dat ik zag toen ik met onze jongste zoon Maurits een fietstocht maakte. Het fresco staat recht boven de plaats waar je de communie ontvangt. Je kunt er achteloos aan voorbij gaan. Maar mij heeft het geraakt. Want op beslissende momenten in mijn leven heb ik de aanraking van die hand gevoeld. Ik héb niet alleen een goede plek gevonden, ik bén ook gevonden en aangeraakt door de Allerhoogste. Lange tijd durfde ik dat niet zo te benoemen. Ook ik ben een kind van mijn tijd. Met heel veel andere katholieken heb ik lange tijd gezegd: “Er moet wel iets zijn”. Die uitdrukking heeft iets afstandelijks maar ook iets bezwerends. Er zit achter dat er iets losgelaten moest worden. Mijn generatie heeft met “Er moet wel iets zijn” een oud beeld op afstand gezet: God als een strenge vader, die alles ziet en die beloont en straft. Dat beeld is eenzijdig. De kerk gelooft dat God ondoorgrondelijk is. Maar ten diepste is God liefde. Met de moslims noemen we hem bovenal de Barmhartige. Of zoals een moslima zei tijdens een ontmoeting van christenen en moslims in Montfoort: “God is lief”.

We zijn de Schrift beter gaan lezen. We lieten oude zekerheden los. Er kwam ruimte. Ruimte om te ontdekken wat we echt belangrijk vinden, wat onze waarden zijn. Er kwam ook ruimte om weer onbevangen en van binnenuit naar God te zoeken. We zijn op zoek gegaan naar het mysterie. We verlangen naar beleving, naar echte bezieling en inspiratie. Tastenderwijs gingen we op zoek naar sporen van Gods aanwezigheid. We willen niet alleen ronddolen. We zijn op zoek naar de bron van levend water, naar de vreugde van het evangelie. We kunnen ons vandaag wat dat betreft herkennen in de blinde Bartimeüs uit het evangelie. Met Bartimeüs kunnen we uitroepen: “Rabbi, laat mij weer zien!”.

Het was juist op momenten van radeloosheid, van niet meer weten, van eerlijk de innerlijke duisternis onder ogen zien, van mezelf en van anderen, dat ik gevoelig ben geworden, innerlijk ben opengegaan voor Gods nabijheid, voor zijn zegenende en leidende hand. “Zien, soms even” zoals Huub Oosterhuis het noemde. Daarom kan ik diep ontroerd raken door het volgende lied, waarin het ook gaat over blindheid en gaan zien.

Lied

Veel te laat heb ik Jou lief gekregen.
Schoonheid wat ben Je oud, wat ben Je nieuw
Binnen in mij was Je, ik was buiten.
En ik zocht Jou als een ziende blinde buiten mij,
en uitgestort als water liep ik van Jou weg
en liep verloren tussen zoveel schoonheid die niet Jij is.

Toen heb Jij geroepen en geschreeuwd,
door mijn doofheid ben Jij heen gebroken.
Oogverblindend ben Jij opgedaagd
om mijn blindheid op de vlucht te jagen.
Geuren deed jij en ik haalde adem,
nog snak ik naar adem en naar Jou
© 3eenheidparochie 2012 - 2018          --- Disclaimer ---       --- Privacy verklaring --- ↑ Top