Overweging over het krijgen van de Geest, bij Numeri 11, 25-20 en Marcus 9, 38-41

GebodenEr is een mooie uitdrukking in onze taal die luidt: ‘de geest krijgen’. Ook niet-christenen gebruiken die uitdrukking. Wat betekent het? Het heeft met inspiratie en uitstraling te maken. Iemand die de geest krijgt staat in vuur en vlam. Hij of zij straalt, is bezield, weet precies wat hij of zij wil, en zet dat ook neer, in liefde. In de lezingen krijgen mensen ook de geest. In de eerste lezing gaat het over Mozes. Hij heeft God op de berg Sinai ontmoet. Hij is er helemaal vervuld van. Hij komt de berg af met de tien geboden. Hij weet het volk daarvoor te winnen. Hij stelt ook zeventig oudsten aan om te profeteren, dat is: gezagvol te spreken om de mensen leiding te geven. Die geest van God blijkt geen monopolie van die oudsten. Ook anderen spreken met gezag. Mozes juicht het alleen maar toe. Hoe meer leven in Gods Geest, hoe beter. De Geest van God laat zich niet opsluiten. In het evangelie iets soortgelijks: wie in Jezus’ naam een ander bevrijd van een demon, van negatieve en ziekmakende energie, laat zien dat Gods geest in hem en door hem heen werkzaam is, ook al is hij niet van je kerk.

Het probleem van de omstanders van Mozes en van Jezus, namelijk dat een vreemde ook Gods liefde en kracht laat zien, lijkt me niet zo ons probleem. Ik vermoed tenminste dat wij niet zo eenkennig zijn. Als er iets goeds gebeurt, door wie dan ook, dan wordt voor ons Gods liefde en kracht daarin zichtbaar. Liefde en gevoel voor rechtvaardigheid; daarop hebben christenen geen monopolie.

De Geest krijgen: wat dat is, daar wil ik nog even wat dieper op in gaan. We zingen in onze kerken nogal eens een lied dat begint met “Waar mensen naast elkaar gaan staan”. U kent het wel denk ik. Daar gaat het ook over de Geest die ons op een nieuwe leest schoeit. De laatste tijd heb ik moeite met dat lied. Dat komt omdat er tegenwoordig ook mensen naast elkaar gaan staan op een manier waar ik grote moeite mee heb. Het gebeurt ook nog in naam van de christelijke beschaving die behouden moet blijven of gered moet worden. Hele grote groepen mensen, vooral in Oost Europa maar ook hier in het westen, cultiveren hun angst voor het nieuwe en voor hun onbekende: de angst voor migranten in het algemeen en voor moslims in het bijzonder. Afgelopen week was in het nieuws dat er een aantal Syriërs op opgepakt omdat ze bezig waren een terroristische aanslag in ons land voor te bereiden. Angst voor terrorisme is terecht: de aanslag is verijdeld; gelukkig! Om terrorisme te voorkomen moet je echt schouder aan schouder optreden, als overheid en veiligheidsdiensten en burgers. Laat je niet bang maken. Maar besef ook: het overgrote deel van de moslims in Nederland vindt een aanslag in de naam van Allah afschuwelijk.

Mensen kunnen naast elkaar gaan staan om terroristische aanslagen te voorkomen. Maar ze kunnen ook naast elkaar gaan staan vanuit onterechte angst en haat. Een geest van angst en haat kan bezit van ons mensen nemen en onze blik op de samenleving vertroebelen. In de geschiedenis van de spiritualiteit wordt niet voor niets steeds weer gepleit voor de onderscheiding der geesten. Het is heel belangrijk zorgvuldig bij jezelf en in de maatschappij te onderscheiden wat van Gods Geest komt en wat niet. Want naast Gods Geest zijn er heel andere machten en krachten. Als je bang voor iets bent, onderzoek dan dat gevoel. Waar ben je precies bang voor? Kun je er ook anders tegenaan kijken? Maak het bespreekbaar. Voorkom dat je jezelf krampachtig opsluit in een mening of een visie.

In mijn afscheidsviering op 28 oktober in de basiliek zal ik terugblikken op wat mij bewogen heeft; dus hoe de Geest van God in mij gewerkt heeft, vooral bij mijn diaconale activiteiten. Veel mensen denken dat begeesterde christenen erg idealistisch zijn. Maar idealisme kan makkelijk ontsporen. Terroristen die zich beroepen op de islam zijn buitengewoon idealistisch. Ze zijn bereid hun leven te geven voor hun ideaal. Maar er is geen zelfkritiek: ze zien niet hoezeer ze van angst en haat zijn vervuld. Zelfkennis, jezelf helemaal onder ogen zien, proberen zo onbevangen mogelijk naar jezelf en de wereld te kijken: dat is zo belangrijk. Juist als je twijfels en kritische vragen toelaat en je eigen gevoelens echt onder ogen ziet, dan komt er naar mijn ervaring ruimte voor Gods Geest.

heilige geestHet evangelie spreekt ook over martelaarschap. En over liefde tot het uiterste. Maar ze leert ons ook zelfkritiek, want we worden zondaars genoemd. Niet voor niets zegt een spreekwoord: de weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen. Idealisme is op zichzelf leeg; het kan alle kanten op. Het is maar door welke geest je jezelf laat meevoeren. Met de tijdgeest bijvoorbeeld. Dat is het gemakkelijkste en daar is onze kerk ook veel te veel in meegegaan. In de 18 jaar dat ik hier werk ben ik minder idealistisch geworden en meer kritisch op mezelf en de tijdgeest. Het Rijk van God is echt iets anders dan de participatiesamenleving. Juist het optrekken met arme mensen, met psychiatrische patiënten, met mensen op grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft me kritischer gemaakt. Maar ook opener gemaakt voor de Geest van Christus. Als ik het niet meer wist, als ik ontnuchterd werd, als ik uit mijn comfortzone werd getrokken: naar mijn ervaring kwam er juist dan ruimte voor inspiratie, voor leiding door Gods Geest. Hulp om het goede te zeggen of toch iets zinvols te doen, ook in situaties die me hopeloos toeschenen. Ik hoop voor ons allen dat we daar steeds opnieuw open voor gaan staan.
© 3eenheidparochie 2012 - 2018          --- Disclaimer ---       --- Privacy verklaring --- ↑ Top