Emeritus Paus Benedictus“Houd stand in het geloof! Laat je niet in de war brengen!” en “Jezus Christus is waarlijk de Weg, de Waarheid en het Leven – en de Kerk, in al haar gebreken, is waarlijk Zijn Lichaam.” De laatste woorden uit het geestelijk testament van emeritus paus Benedictus XVI.

In mijn jeugdjaren veranderde de kerk in rap tempo. Eigenlijk al eerder gesignaleerd in het schrijven : “Onrust in de zielzorg” van Mgr Ramselaar in 1948.  Ook al gesignaleerd in 1953 bij ‘honderd jaar kromstaf’ waar de stem van kardinaal  Jan de Jong over het malieveld schalde en aan alle aanwezigen zei: “blijft één” Het liep anders. Eind jaren 60 werd ons kerkgebouw thuis aan gepast aan de tijdsgeest. Hoogaltaar eruit, beelden eruit, communiebank eruit, alles op de puinbak waar ik op maandagochtend langs fietste, op weg naar school. De week later keken wij tegen een tafel aan, zagen wij de koorzangers recht in de ogen, waren de muren wit gekalkt en was alles anders. Het was anders……. Ja zeker!

Mijn thuisparochie was al voortvarend in de jaren voor het 2de vaticaanse concilie. De volkstaal was allang ingevoerd en een extra tafel stond al achter de communiebank. In de jaren 70  ging het snel. Steeds veranderde er iets in het parochieleven, niemand stond er bij stil. Het ging geruisloos. Waar ging het naar toe?  De gaten op zondag tijdens de  eucharistievieringen werden groter. Mensen verdwenen. Mijn Vader, als collectant, zag het en stelde vragen. Dat was tegen het zere been. Assistent priesters waren verdwenen, het mannenkoor zong nog steeds Gregoriaans en meerstemmige latijnse missen en ging niet samen met het opgerichte dameskoor. Zong ook niet samen met het jongerenkoor, waar ik ook lid van was. De prediking werd vlakker: “ lief zijn voor elkaar.” Ik wilde priester worden en in de week voor pasen 1977 in een gesprek met mijn toenmalige pastoor werd me gezegd dat de toekomst van de kerk er één was zonder priesters. Waar ik aan begon……….!!! Toen ik zei dat ik naar het pas opgerichte grootsemniarie Rolduc wilde gaan voor mijn opleiding, stond ik snel buiten met lege handen.

Ik  was, samen met een klassenleraar verschillende opleidingen in Utrecht, Amsterdam, Heerlen, en ook Rozendaal afgegaan en kreeg daar steeds te horen: “priester worden?  Studeer eerst maar psychologie en sociologie en dan zien we wel.” Nee, ik wil priester worden! Op Rolduc werd ik aangenomen en in een gesprek met Mgr Gijsen werd ik van harte welkom geheten. Wij waren daar met 32 anderen uit alle bisdommen van Nederland met één en het zelfde doel: “priester worden.” Aartsbisschop Ratzinger van München- Freisingen zat in de begeledingscommissie van Rolduc. Op 8 dec 1980 ontmoetten wij de man, klein van gestalte, een specifieke stem, een innemende persoon. Zijn boek: “Einfuhrung in das Christentum” was voor ons in het eerste jaar verplichte kost. Een boek met een haarscherpe analyse en geloofsgetuigenis welke Jezus Christus centraal stelt. Het staat nog prominent in mijn boekenkast. Het geloof heeft een gave en opgave om alles in het Licht van Jezus Christus te beproeven. Niet de tijdsgeest, maar Gods heilige Geest geeft richting. Wij christenen staan met beide voeten in deze wereld maar zijn niet van deze wereld. Wij behoren God toe. Hij is onze Vader. De Kerk met een hoofdletter is onze Moeder.  Heb beiden lief en speel ze niet tegen elkaar uit. Met het grootseminarie naar Rome in 1982, waar wij Kardinaal Ratzinger ook ontmoet hebben, naast paus Johannes Paulus II. Na mijn priesterwijding in 1984  aan de slag in onze Kerk in het bisdom Roermond. In aanraking komen met een kaalslag in geloofsonderricht. Ik weet nog dat ik les moest geven op de basisscholen via de leermethode ‘katechetisch veldboeket’. Het ging overal over, maar niet over Jezus Christus, Kerk sacramenten en christelijk leven. Het vrat energie om er toch iets van te maken. Bij ouderavonden en huisbezoeken een steeds zich verdiepende geloofsonverschilligheid. De tijdsgeest deed en doet haar werk, genadeloos, medogenloos als het om geloof en kerk gaat. Eerste Communie is een gezelligheidsfeest wat in dienst staat van het goed en leuk voelen van de kinderen. Het vormsel is een viering waar kinderen eigenlijk afscheid nemen van het geloof en het kerkelijk leven, in plaats van door te groeien naar gelovige volwassenheid. In die tijd een jongerengroep opgericht, mooie gesprekken gehad, mensen op weg geholpen. Na drie benoemingen in 1991 de overstap gemaakt naar mijn thuisbisdom Utrecht. Steeds gewerkt met in het achterhoofd dat de gemeenschap, Gods gemeenschap is en blijft en dat een eigen stempel als priester op een gemeenschap drukken, niet gepast is. Leid de mensen naar Jezus Christus, in Hem is echte eenheid en gemeenschap, die niet afhangt van menselijke factoren. Vier de liturgie in eenheid met de wereldkerk van vroeger en nu, in continuiteit. Knutsel niet zelf, met teksten die zo vlak zijn, dat je ze ook in gemeenteraadsvergadering kunt gebruiken. Steeds voelde ik de steun van Jozef Ratzinger als kardinaal en persoon die de congregatie van de geloofsleer leidde. Ik voelde de continue lijn van de traditie, die zich telkens weer opent, als de schat uit de hand van Jezus en die aan ons wordt gegeven. Die wij niet zelf maken. Echter ook een boodschap die op steeds meer weerstand stuit. Niet van buiten onze Kerk, maar vooral van binnenuit. Parochianen, die curussen gingen volgen. Mensen  van z.g. pastorale scholen, waar sociologie en andere menswetenschappen de boventoon voerden. Steeds als je met leidinggevenden  in gesprek ging werd mijn kritiek weggewimpeld als te star, te dogmatisch, te eng. De wereld, daar ging het om. Mensen aanspreken en de tijdsgeest benutten, want het waren en zijn toch allemaal goede mensen. Echter om een goed mens te zijn hoef je niet te geloven. Bij mij kwam steeds meer het gevoel naar boven dat wij zelf de uittocht uit de Kerk aan het bewerkstelligen waren. Als je niets anders te bieden hebt, dan wat de wereld vraagt, wil, en van je eist, ga je op in diezelfde wereld en wordt je een nietszeggende component, die men rustig ter zijde kan schuiven, want dan ook gebeurde en nog gebeurt. 

In de liturgie ontdekte ik de oude liturgie, waar ik mij in ging verdiepen, want zelf had ik die niet meer meegemaakt, dank zij de voortvarendheid van mijn geboorte parochie. Waarom? Omdat ik zelf merkte dat ik aan het glijden was in mijn liturgisch bezig zijn. Steeds meer slopen er elementen in die mensen leuk vonden, maar die niets meer met God meer van doen hadden, of met onze uiteindelijke bestemming: het eeuwig leven in God. Alsof je een eerste communieviering kunt opleuken door het over voetbal te hebben, omdat dat de kinderen aanspreekt in plaats van te spreken over Jezus laatste avondmaal, toen en nu. Het moet vrolijk zijn. Je moet de lachers op je hand hebben. De vraag: ‘ben ik dan een entertainer? Kwam levensgroot op mij af

Ik ging lezen, werd gesteund – niet door onze toemalige kardinaal-  wel door Jozef Ratzinger met zijn boek: ‘Geist der Liturgie’ en later de door hem geschreven apostolische exhortatie’ Sacramentem caritatis’. Helemaal gesteund door  het ‘motu proprio Summorum Pontificum’, wat ons liturgisch en menselijk weer bij Christus brengt. Liturgie is geen mensenwerk, maar Gods werk aan ons, waar wij een antwoord van geloof en aanbidding opgeven. Liturgie is het voortdurende tegenwoordig stellen van Gods werk aan ons in het offer van Zijn Zoon Christus, door zijn geboorte, leven, lijden sterven en verrijzen uit de dood. De horizontale richting van het kruisteken wordt verstevigd en bekrachtigd door de verticale richting. Wie een kruisteken maakt, begint van boven naar beneden en van links naar rechts. Niet andersom! God heeft het initiatief. Dat alles dank ik aan Jozef Ratzinger.

Onze Kerk is een Moeder die ons bij zich roept om vierend biddend, aanbiddend, dankend, haar Zoon Jezus Christus te omarmen, te volgen, lief te hebben en je leven aan te bieden.

Daarom kan ik met overtuiging en grote dankbaarheid de laatste woorden van Jozef Ratzinger die ons als paus Benedictus aan de hand heeft genomen zeggen:

“Houd stand in het geloof! Laat je niet in de war brengen!” en “Jezus Christus is waarlijk de Weg, de Waarheid en het Leven – en de Kerk, in al haar gebreken, is waarlijk Zijn Lichaam.”

God, dank U wel voor deze leiding gevende persoon voor mij en allen van goede wil.

G.M. J van der Vegt, priester.

© 3eenheidparochie 2012 - 2023          --- AVG-verklaringen --- ↑ Top