Overweging bij Wijsheid 1, 13-15;2, 23-24 en Marcus 5, 21-43 over leven en dood

Adam en EvaWe hoorden een stukje uit het boek Wijsheid. Je kunt er achteloos overheen lezen. En denken: God wil het leven. Wij ook. Dus God en mens zijn het met elkaar eens. Prima. Als we zo met de tekst omgaan doen we hem toch echt tekort. Laten we eens preciezer kijken wat er staat. Het gaat over de Schepping. God heeft de mens en de gerechtigheid geschapen voor altijd. Adam en Eva en de oorspronkelijke harmonie in de Hof van Eden zijn door God bedoeld voor altijd. Ze zijn onsterfelijk; een afschaduwing van Gods eigen onsterfelijke wezen. Maar er komt iets tussen; beter gezegd: er komt iemand tussen: de duivel die jaloers is en niets moet hebben van al die harmonie. De duivel verleidt Eva tot het overtreden van het verbod om van de boom van goed en kwaad te eten. U kent het verhaal. Eva laat ook Adam eten van die appel. Dat heeft grote gevolgen. Adam en Eva worden verdreven uit het aardse paradijs; ze ontdekken dat ze naakt zijn en voortaan hard moeten werken. En ze verliezen hun onsterfelijkheid. Ze worden verbannen, en toch laat de Schepper ze niet los; ze worden niet verdoemd en aan hun lot overgelaten. Dat laat de verdere geschiedenis van hun nageslacht zien, via Abraham en Mozes tot Jezus aan toe.

Wat moet je met zo’n verhaal? Je moet niet de mensen de kost geven die denken dat dit verhaal een stukje joodse geschiedschrijving is. Misschien denkt u dat ook wel. Zo van: er was nog geen wetenschappelijk historisch onderzoek; dus verzonnen ze maar verhalen over hoe het begonnen zou kunnen zijn. Een soort sprookje, beeldspraak. En op den duur gaat iedereen geloven dat het zo begonnen is.

Zo ging het dus niet. De beide scheppingsverhalen ontstonden betrekkelijk laat, dus pas na het koningschap van David en Salomo. Ze ontstonden tijdens en na de ballingschap, toen de bovenlaan van de joden was weggevoerd naar het vijandelijke Babylon. Het leven van de joden was onzeker; hun cultuur en hun godsdienst werden bedreigd omdat er geen tempel meer was om naar toe te gaan. Probeer je eens voor te stellen dat je zelf helemaal aan de grond zit. Al je houvast van vroeger ben je kwijt. En toch wil je met elkaar verder. Door je hoofd en in je hart spelen allerlei brandende vragen. Hoe kon dit allemaal zo gebeuren? Hoe kan God dit goedkeuren? Waarom is het onrecht zo hardnekkig? Zal het nog ooit allemaal goed komen? Wie zijn wij toch zelf, dat wij dit allemaal moeten meemaken? Waar komen we eigenlijk vandaan, en waar gaan we toch met z’n allen naartoe? Dit kunnen bij een grote crisis onze eigen vragen zijn, maar deze vragen zijn van alle tijden. In Babylon en te midden van de puinhopen van Jeruzalem stelden mensen toen precies dezelfde vragen.
Nou moet u weten dat het volk dat hen overheerste, de Babyloniërs, een eigen verhaal hadden over oorsprong en bestemming van de mensen, een eigen scheppingsmythe. In dat verhaal waren de mensen speelbal van de goden. De koning stond wel dichter bij de godenwereld, en daarom moest je hem gehoorzamen. Maar verder moest niemand zich ook maar iets verbeelden. Dat verhaal leerden de joodse kinderen van hun vijandelijke omgeving. Hun ouders vonden dat verschrikkelijk. Als de kinderen dat verhaal overnamen wat het over en uit met de eigen identiteit van het joodse volk. Moge de Eeuwige dat verhoeden! Hun ouders hadden een ander beeld van God en een ander mensbeeld en een andere visie op rechtvaardigheid dat de Babyloniërs. Maar hoe kun je die visie overeind houden als je zelf mentaal helemaal aan de grond zit?

Er is toen iets gebeurd dat de mensen achteraf als een geschenk van God zagen. Een openbaring, een liefdesgebaar, een teken van hoop. Te midden van het volk kwam een eigen verhaal tot stand, een eigen verhaal over oorsprong en identiteit. Op alle vragen had dat verhaal een antwoord. Geen rationeel antwoord, want dat kon niemand geven. Het is een antwoord op het niveau van de ziel, van de verbeelding van de relatie met jezelf, met je omgeving en met God. Het is een mythe. Een mythe is geen sprookje dat je zelf bedenkt; een mythe is een samenhangend verhaal dat in het volk opwelt als het met alle kracht een antwoord zoekt op de grote levensvragen. Harde tegenstellingen en feiten worden niet ontkend. Ze worden opgenomen in een overkoepelend en overtuigend verhaal dat hoop geeft. Zo werkt een religieuze mythe.

Marcus 5Hoe is de scheppingsmythe? God wil het goede, God wil het leven, het paradijs is bedoeld voor altijd. Maar er is ook het kwaad, de duivel, de afgunst. De mensen leven tussen die twee krachten, tussen goed en kwaad, tussen liefde en haat. De eerste mensen hebben toegegeven aan de verleiding; daarmee hebben zij hun onschuld verloren; hun leven zal nooit meer zijn zoals eerst. Er zal pijn zijn, bloed, zweet en tranen, en ook de dood is onafwendbaar. Met dat alles moet de mens zich verzoeken. Want het is de realiteit waarin je leeft. Maar wat houdt je als je aan de grond zit op de been? Dat is de belofte van de Schepper dat hij de nazaten van Adam en Eva nooit in de steek zal laten. God wil het leven. God bezielt de mensen blijvend met gevoel voor rechtvaardigheid en moed.

Het evangelie van vandaag is er een treffend voorbeeld van. Jairus en de bloedvloeiende vrouw houden moet, ook al is hun toestand verschrikkelijk. Zij zoeken hun toevlucht bij Jezus, bij God. God wil leven, de Eeuwige wil genezing en verzoening, toekomst! En er komt een nieuwe toekomst, voor het dochtertje van Jairus, dat ten dode was opgeschreven. Er komt toekomst voor de vrouw die al twaalf jaar aan bloedvloeiingen leed. Jezus, de Eeuwige raakt hen aan, geneest hen, wekt hen op. Moge de kracht van dit verhaal ook ons bereiken als wij door de toestand van onszelf of van onze omgeving alle moed dreigen te verliezen.
© 3eenheidparochie 2012 - 2018          --- Disclaimer ---       --- Privacy verklaring --- ↑ Top