Milou van de 18+ groep gaat in een klooster wonen

Een interview

MilouHoe is het allemaal begonnen?

Op school werd het communieproject met de hele klas gedaan in groep 4. Ik deed ook mee met de lessen, maar omdat ik niet gedoopt was, deed ik niet mijn communie op het eind. Mijn ouders waren altijd actief bij de werkgroep kindervieringen. Het was niet dat ik nooit in de kerk kwam. Maar ergens hoorde ik er officieel toch niet bij. Uiteindelijk ben ik op latere leeftijd gedoopt in groep 7. En daarna in sneltreinvaart communie en Vormsel gedaan. Op de middelbare school heb ik er eigenlijk niet zo veel meer mee gedaan. Op het Cals was er ook niet veel. Je kreeg vrij met de christelijke feestdagen, meer niet. Tijdens mijn studies was het ook geen thema.
Maar in 2010 kwam er een oproep voor een 18+groep in het parochieblad en toen dacht ik: “Mwah, laat ik eens gaan kijken of het wat is.” Het bleek zeker wat te zijn. En van het een kwam het ander. Voor ik het wist, hielp ik bij jongerengroepen, bij vormselprojecten, communieprojecten en ook bij jongerenvieringen.

De 18+groep was het moment om de draad van je geloof weer op te pakken. Wat heeft het je gebracht?

In ieder geval was ik niet de enige jongere die met het geloof bezig was. Zo lijkt het natuurlijk wel als je de berichten moet geloven: “de kerk is van de generatie van opa’s en oma’s”. Maar belangrijker nog is dat we allemaal jong zijn, maar ondertussen ontzettend verschillend. Dus je ziet hoe anderen van jouw generatie iets met het geloof doen, hoe ze dat beleven, hoe ze dat ervaren en welke ideeën ze daar bij hebben. De één zit meer in het hoofd, de ander meer in het hart. Bovendien zijn de mensen van de groep ook nog in verschillende levensfasen: er zijn studenten, jonge professionals en jonge ouders. Zo krijg je een mooi en goed inzicht wat het betekent om jong en gelovig te zijn vandaag de dag. En ja, ieder jaar gaan we met de 18+groep het klooster in.

Het eerste kloosterweekend van de 18+groep was naar Casella in Hilversum! Dat klooster beviel mij wel. Het was warm, open, gastvrij, rustgevend, in één woord geweldig. Maar ik dacht dat beleef ik volgend jaar weer als we naar een ander klooster gaan. En op zich was dat ook zo. In al die jaren waren de kloosterweekenden goed en inspirerend. Ieder klooster had een ander accent. Maar ik kwam er wel gaandeweg achter dat de vonk van Casella die destijds oversprong, alleen daar was. Ik zocht meer en meer contact en heb een aantal keren meegedraaid met de activiteiten van Casella. Je kunt er koken, wandelen, in de tuin werken, mediteren en nog veel meer. Heel laagdrempelig en uitnodigend.

En langzamerhand voelde ik me er steeds meer thuis, echt thuis. Zou dit dan mijn plek zijn? Maar dan moet je het klooster in. En dat vond ik zo’n middeleeuwse gedachte om te doen, want “kloosters sterven toch uit? En in kloosters wonen toch alleen supergelovigen?” Zo zou ik mezelf niet beschrijven. Bovendien... Dan zit je daar vast en dan kun je niet meer werken en ik heb super leuk werk (breed in het onderwijs). Dat moet ik dan loslaten. Daarnaast staat het klooster niet in Benschop en ik heb nooit gedacht dat ik daar ooit zou weggaan. Lastige dilemma’s waar je zo een paar jaar mee kunt rondlopen.

Tja, en toen werd ik geholpen door het toeval. Er ging iets mis bij hun website. Ik had per ongeluk een leeg mailtje gestuurd. Toen kwam er een mailtje terug met de vraag: “Milou, is er iets?” Ik was me van geen kwaad bewust en antwoordde dat het prima ging en dat er niets aan de hand was. Maar toen kwam er meteen een reactie terug: “Als er bij jou niets is, dan hebben wij nog wel een vraag aan jou. Wij hebben het idee dat je om ons heen drentelt en dat je een stap wil maken.” Ik dacht: “shit, ze hebben mij door” Wel grappig natuurlijk en ook heel fijn, maar het was even schrikken.

Toen heb ik er aan toegegeven en ben ik gaan praten om te bekijken of het praktisch ook zou kunnen. Het kon. Maar om dat zekerder te weten, spraken we wel een weekje proefwonen af. Zo konden we in de praktijk zien of de combinatie met werken en wonen zou gaan werken.

Eenmaal de stap genomen, merkte ik dat het zó vertrouwd was... Niet alleen voor mij, maar ook voor de mensen bij Casella. Ik was al binnen, voordat ik al binnen was. Als of het nooit anders was geweest, het voelde als mijn thuis, maar thuiser dan thuis.

Na die proefweek moest ik een brief schrijven waarom ik deze stap wilde maken. Maar eigenlijk kon ik geen ander argument bedenken dan alleen: “Omdat ik niet anders kan.” Deze stap is zo logisch en het voelt zo vertrouwd en thuis, dat ik niet meer kan weglopen voor deze route. Gelukkig begrepen de zusters mij en hebben ze mijn brief geaccepteerd en mijn verzoek ingewilligd. Dat is ook spannend om daarop te moeten wachten, want ik was zo enthousiast en zeker, maar dan moeten zij dat ook zijn...

Heb je ook iets met de Augustijnse spiritualiteit?
Daar weet ik bar weinig vanaf eigenlijk. Daar moet ik mij nog veel meer in verdiepen en dat wil ik ook heel graag. In het klooster zijn teksten van Augustinus op de muur geschreven. Als ik die lees dan kan ik daar wel mee uit de voeten. Het basisgevoel is goed. Zo ook dat de stichter zegt: Ga ergens wonen, maak geen eigen plannen maar vraag wat de mensen nodig hebben. Toen dacht ik: doen, ik teken in, prima! Gewoon doen waar ergens iets nodig is, als je dat kunt tenminste. Het uitgangspunt past mij wel. En het klooster heeft veel contact met jongeren, dat past mij ook wel.

Zijn er dingen waar je tegen op ziet?
Nee, niet daar. Het zijn meer de dingen hier die ik lastig vind. Je moet dingen loslaten, omdat je het niet kunt blijven houden. Zoals het hele dorp Benschop, of de parochie, of de geloofsgemeenschap of een 18+groep of de volleybalvereniging, zulk soort dingen. Je moet dingen uit handen geven, laten vallen en je kunt niet voor alles een zachte landing maken. Dat is lastig. Dat is het gevolg van de keuze waar ik 100% achtersta, maar is niet mijn sterkste punt.

Wat hoop je vooral te vinden?
Een stabiele basis en een thuishaven. Waarvan je uit kunt varen, de wereld in en contact maken met anderen. Maar je kunt er altijd naar terugkeren om je weer op te laden, je weer veilig te voelen, geborgen en gedragen. En dat je dat in die hele groep in het klooster ook voor anderen kunt doen, dat versterkt elkaar. In die zin vind ik het wel fijn dat je vanuit het klooster de wereld in kunt, maar dan ook weer terug kunt. Je houdt zo beide kanten.

Maar zoals je het beschrijft komt het zeer overeen met een gezinssituatie. Maar wat is er dan anders?
Ja, het is anders, maar ik zie het toch ook wel als een gezin, een kloostergezin. Mensen horen bij elkaar. Je voert een gezamenlijk huishouden, je ziet om naar elkaar, je zorgt voor elkaar, je let op elkaar in de positieve zin van het woord.

Ooit vroeg ik aan kinderen of zij wisten wat wijsheid is. Eén van de kinderen zei toen tegen mij: “Dat is kennis die je hebt voor anderen. Jij hebt die kennis wel, maar die is niet voor jezelf bedoeld, maar voor anderen.”

Heb jij nog iets van die wijsheid te delen voor jonge mensen?
Ja, soms moet je het ook gewoon in je leven durven doen. Durven te kiezen voor je eigen pad, hoe lastig dit ook is, hoe moeilijk het ook is om dat pad te vinden. Hoe vaak anderen aan je trekken in deze of gene richting. Dat kun je wel lang volhouden hoor. Maar soms moet je even heel egoïstisch denken: als je dat niet doet, dan loop je vast en dan heeft uiteindelijk niemand iets aan je. Dan word je niet gelukkig. Uiteindelijk moet je dan toch kiezen voor je eigen spoor en voor je eigen ruimte. Voor mij is dat Casella geworden.

Dank je Milou, heel veel zegen en geluk bij Casella.

© 3eenheidparochie 2012 - 2018          --- Disclaimer ---       --- Privacy verklaring --- ↑ Top