29-30 juni 2024

30 juni 2024

Dertiende zondag door het jaar

  • 1ste lezing: wijsheid 1,13-15; 2,23-24
  • 2de lezing: 2 kor 8,7.9.13.15
  • Evangelie: Marcus 5,21-43

Jezus overwint je innerlijke dood

Het kind is niet gestorven maar slaapt. Hoe spannend kan je het hebben. Stel je een situatie in het ziekenhuis voor. Je kind is binnengebracht en alle mensen om je heen zeggen dat het te laat is, maar de arts zegt: Ze is niet dood, ze slaapt. Er is weer hoop.

Talita Koemi, Meisje, sta op, Ik zeg je: “kom overeind”. De tekenen en wonderen die Jezus tijdens zijn leven deed, hadden meer te betekenen dan alleen die ene genezing. Zoals elk wonder betekenis heeft, niet alleen voor degene die genezen wordt maar ook voor de omstanders, de omgeving, de familie. Jezus heeft niet de dood van het lichaam overwonnen, in de zin dat we niet doodgaan. Zo heeft Hij ook niet gemaakt dat mensen niet ziek worden en overlijden.

Zijn verrijzenis wijst naar een andere overwinning op de dood. Zij verrijzenis maakt dat de dood nog wel een werkelijkheid is, maar dat hij zijn macht over ons heeft verloren. De dood kan maken dat je zegt: We leven maar kort. Haal eruit wat je kunt, geniet wat je kunt, pak wat je kunt, ieder voor zich. De dood kan maken dat het recht van de sterkste zegeviert, die pakt alles. Jezus heeft de dood overwonnen, de dood heeft geen macht meer over ons, geen macht over mijn denken, mijn verlangen, mijn willen, de dood roept geen angst meer op, de angst voor de dood is overwonnen door Jezus’ verrijzenis.

De genezing, of beter gezegd de opwekking van dit meisje, is een verrijzenisverhaal. Het kind krijgt deel aan de verrijzeniskracht van Christus. Dat betekent niet dat kinderen niet meer sterven, helaas, dat gebeurt nog steeds. Zo overlijden ook vaders en moeders, grootouders en andere familieleden of vrienden. Toch is de diepere betekenis van deze opwekking dat de dood zijn echte macht verloren heeft.

Kijken we nog dieper, dan zijn er vandaag twee verhalen die samen één verhaal vormen. De Evangelist Marcus heeft ze niet voor niets door elkaar heen verteld. Het gaat over een vrouw al twaalf jaar aan bloedvloeiing lijdt en het gaat over een meisje dat twaalf jaar is en dat is gestorven.

Die vrouw is door de bloedvloeiing wettelijk onrein en heeft omdat die vloeiing niet ophoudt is er niet alleen een ernstig lichamelijk ongemak, maar er is ook geen uitzicht op reiniging, de Wet kan haar niet helpen, voor de wet is ze levend dood, ver weg van God. Het meisje is niet alleen voor de Wet dood, ze is letterlijk gestorven, menselijkerwijs is er geen hoop. Wie kan haar het leven teruggeven?

Een voor de hand liggende betekenis van dit verhaal is dat het om één vrouw gaat, een vrouw die overgeleverd is aan de Wet van Mozes en daardoor gevangen blijft in haar onreinheid, die vrouw is dood en heeft geen uitzicht meer op leven.

Wie is die vrouw? Het is in de eerste plaats het Volk Israël in de tijd van Jezus. Israël wordt in de Bijbel dikwijls als een vrouw voorgesteld, de bruid, vrouwe Sion. De manier waarop de farizeeën en de Schriftgeleerden in die tijd de Wet van Mozes interpreteerden en toepasten, maakten dat grote delen van Gods Volk van Gods genade verstoken bleef, hun manier van doen bewerkte een geestelijke uitzichtloosheid; een geestelijke verlamming; een geestelijke dood. Jezus komt om Israël, Vrouw Sion, te reinigen en opnieuw tot leven te brengen, zijn eigen dood en verrijzenis zal daartoe de sleutel zijn.

Toch kan je dit hele gebeuren ook bezien vanuit ons eigen innerlijk. De innerlijke mens, het innerlijke kind, het kind van God in mij, kan door de moderne wereld, door maatschappelijk ongeloof, door het wegredeneren van God, de ziel, het eeuwig leven, innerlijk sterven. Mensen zeggen ik zou wel willen geloven, maar ik kan het niet.

Dan klinkt het Woord van Jezus die zegt: Het kind is niet gestorven, maar slaapt. In onze tijd, als de Kerk dat zegt, krijgt de Kerk net zo’n reactie als Jezus toen. We hoorden het: “Jezus ging naar binnen en zei tot hen: “Waarom dit misbaar en geween? Het kind is niet gestorven maar slaapt.” Doch ze lachten Hem uit”. Ze lachten hem uit.

Geleid door ongeloof lachen we Christus uit, lachen we onze angsten weg, lachen we onze uitzichtloosheid en zoeken we de oplossing in nog een vakantie, of nog iets opwindends, of de vlucht in de roes, of we vluchten in een zelfgekozen dood.

“Het kind is niet gestorven maar slaapt.” Vraagt u zich wel eens af of u nog kunt geloven, of geloof en Kerk nog toekomst hebben. Vanuit de wereld gezien, is er weinig hoop, dan blijven we gevangen in een vorm van innerlijke onreinheid en geestelijke dood.

Maar Hij, Christus, heeft de wereld overwonnen, Hij heeft de dood overwonnen, wie in geloof tot Hem nadert wordt gereinigd. Hij zegt tot ons, tot uw ziel, tot het Kind van God diep in uw binnenste: “Talita koemi”, wat betekent: Meisje, sta op. Hier in de Eucharistie naderen we tot Hem, – hier is voedsel tot eeuwig leven- krijgen we deel aan zijn verrijzenis-kracht. Hier brengt Hij ons tot nieuw leven. Hij doet ons opstaan om hem te volgen.

Andere berichten