Dinsdagmeditatie 4 juni

4 juni 2024

Munt Keizer Tiberius (Centraal Museum Utrecht)

Marcus 12, 13-17

In die tijd stuurden de hogepriesters, de schriftgeleerden en de oudsten enkele Farizeeën en Herodianen op Jezus af om Hem vast te zetten. Dezen kwamen bij Hem met de vraag: “Meester, wij weten dat Gij oprecht zijt en U aan niemand stoort, want Gij ziet de mensen niet naar de ogen, maar leert de wet van God in oprechtheid. Is het geoorloofd belasting aan de keizer te betalen of niet? Zullen we betalen of niet betalen?” Maar Jezus, die hun huichelarij doorzag, antwoordde: “Waarom probeert ge Mij te vangen? Geef mij een tienling, dan zal ik eens zien.” Zij deden het.
Jezus vroeg hun nu: “Van wie is deze beeldenaar en het randschrift?” Ze antwoordden: “Van de keizer.” Daarop sprak Jezus tot hen: “Geeft dan aan de keizer wat aan de keizer toekomt en aan God wat God toekomt.” En ze stonden verwonderd over hem.

Met wat gevlei en gesmeer vooraf, verwacht je een vraag met een groot belang voor Jezus’ veiligheid. Met mijn ogen van nu en het geld van nu zie ik eigenlijk het belang van hun belastingvraag niet. Wij betalen toch allemaal? Dat geld wordt door de staat gebruikt voor algemene voorzieningen bijvoorbeeld: scholen, wegen, hulp voor mensen die ziek/zwak/misselijk zijn en zonder werk zitten. Etc.

Hier moet dus iets achter zitten, waar wij in onze cultuur van nu geen weet meer van hebben. Al kunnen wij natuurlijk heel goed nadenken over de vraag die Jezus aan hen stelde. Als Hij die vraag aan ons zou stellen, wat zien wij dan dat  ‘het gezag en de wereld’ toekomt en wat  aan God?

Wat achtergronden bij deze tekst

Het wordt de farizeeën steeds meer ernst om de Heer uit te schakelen. Om daarvoor een aanleiding te vinden verbinden ze zich zelfs met de door hen anders zo gehate herodianen. Ze vinden elkaar in hun haat tegen Christus. Ze stellen samen een vraag over het betalen van belasting, maar vanuit een totaal verschillende achtergrond. De farizeeën verweren zich tegen het juk van de keizer omdat het de vervulling van de beloften van God in de weg staat.(…) De herodianen daarentegen werken met de bezetters samen vanwege de voordelen die dat oplevert. (…)

Nu hebben ze een vraag waarop ze wel een antwoord van Hem zouden willen hebben. Ze bedoelen deze vraag als strikvraag. Naar hun mening kan Hij maar twee antwoorden geven: ja of nee. In beide gevallen hebben ze Hem te pakken. Als Hij zal zeggen dat ze moeten betalen, zullen de farizeeën Hem bij het volk in diskrediet brengen. Hij kan dan immers de Messias niet zijn, want Hij geeft Israël zomaar prijs aan de overheersers. Als Hij zal zeggen dat ze niet moeten betalen, kunnen de herodianen Hem bij de overheersers aanklagen als een oproerkraaier die zich tegen het gezag van de keizer verzet.

(Uit: www.oudesporen.nl Ger de Koning)

Bij www.keesdouwessmit.nl staat een opzetje voor mijn vraag: Hoe geef je aan God wat aan God toebehoort? Door Hem te eren. Door ontzag voor Hem te hebben. Dat is ook door zijn zoon te erkennen.

  • Om over na te denken
    Volgens Ger de Koning zijn wij als munten geslagen in Gods beeld en behoren wij de Ene toe. Wat van ons is, is gekregen.
    Hoe geef ikzelf aan de Ene wat Hem/Haar toebehoort?

Nog wat extra informatie

– De munt: die had aan de voorkant een afbeelding van keizer Tiberius, met de tekst ‘zoon van de heilige Augustus’; aan de achterkant ‘hogepriester’. Deze munt was voor de Romeinen vanzelfsprekend. De keizer was goddelijk en vanzelfsprekend priester. Voor gelovige Joden was de munt niet minder dan een geweldige vloek. Hoe kan het dat zij dit betaalmiddel op zak hadden?

– Wij denken dat het hier gaat om de tegenstelling kerk en staat. Die tegenstelling bestond in de tijd van Jezus nog niet. Al is deze vraag zowel politiek als kerkelijk!

www.jmhaak.com denk dat Marcus ons nu de vraag stelt waar jij bij wilt horen. Gaat het kwartje bij jou vallen? Wat is jouw levenshouding: een waarin je van alles moet doen (betalen) voor God en mensen? Een waarin je anderen betaald zet wat zij jou aandeden? Of ben je een vrij/bevrijd (voor jou betaald)  mens? Ik denk dat je de woorden van Jezus pas goed begrijpt als je mond, net als de hoorders van toen, openvalt van wie God is en wat Hij doet.

www.theologie.nl Geef aan de keizer wat de keizer toekomt, en aan God wat aan God toekomt, is een uitdagend antwoord. In de traditie van Israël valt hieronder ook het onderhouden van Gods geboden.

www.gewijderuimte.nl Als ik de voordelen van de staat en de rechtsstaat accepteer, dan heb ik er verantwoordelijkheid voor te nemen; maar er is een ruimte van leven die aan God toebehoort en niet aan de keizer. Als er conflicten zijn, staat de loyaliteit aan God op de eerste plaats.

  • Om over na te denken
    De vraag was hypocriet: de vragers waren niet geïnteresseerd in de waarheid.
    Kan ik de waarheid aankijken?
    Wat heb ik daarvoor nodig?

Gebeden en tekst voor Sacramentsdag

Goede God,
uw zorgzame liefde
strekt zich uit naar iedere mens.
In het Sacrament van de Eucharistie breek Jezus voor ons allen het brood.
Mogen wij door Hem te gedenken groeien  in de bereidheid
ons leven te delen met elkaar.
Mogen wij zo uw Aanwezigheid ervaren in deze wereld tot de dag komt waarop U alles zal voltooien.
Dit bidden wij U door Christus onze Heer.
Amen

==========

God in de hemel en bij ons op aarde:
wij bidden U iedere dag om brood
en we krijgen het, in overvloed.
Vaak gooien we het weg,
als het niet zo vers meer is.
We kunnen ons niet voorstellen
dat het er op een dag niet zou zijn. Daarom willen wij U danken,
voor al die overvloed.
Maar als we horen en zien van mensen die niets te eten hebben voelen wij ons schuldig:
wij wel en zij niet!
Daarom vragen wij U om wijsheid en moed,
zodat we kunnen werken aan een rechtvaardige verdeling
van uw gave: dagelijks brood.
Amen.

==========

Je kunt mij ontmoeten – zegt God – in elke mens met wie je samenleeft
en met wie je het brood van het leven en de wijn van de vreugde deelt.
Je kunt mij ontmoeten in mensen die zichzelf geven als gebroken brood,
omdat Iemand hen dat ooit heeft voorgedaan en hen gevraagd heeft dat ze dat zouden blijven doen.
Je kunt mij ontmoeten in mensen die je weer in jezelf doen geloven, omdat ze geloven in Mij.
Je kunt Mij ontmoeten – zegt God! – maar verlang je dat ook?

Andere berichten