16-17 maart 2024

17 maart 2024

Vijfde zondag van de Veertigdagentijd

  • 1ste lezing: Jeremia 31,31-34
  • 2de lezing:  brief aan de Hebreeën  5,7-9
  • Evangelie: Johannes 12,20-33

Door het lijden heen………….
Een  gesprek tussen een mens en een graankorrel.

Als het mij te pakken heeft en ik moet lijden, of dat een ongeneselijke ziekte mij te pakken heeft, vroeg een mens aan een graankorrel, wie schiet daar iets mee op, wat voor nut heeft dat dan? Wat is het nut van alles dat wij moeten ondergaan aan ellende en misere?

Dat zie ik anders, zei de graankorrel, mijn hart zegt dat het tijd wordt te gaan sterven. Van al mijn broers en zussen uit de korenaar ben ik de enige nog in leven. Blijf ik in leven dan blijf ik alleen. Maar ga ik dood dan breng ik – begraven in de grond – veel vrucht voort en dan zijn we weer met ons allen.

Het geloof roept ons op het lijden niet te verheerlijken maar ook het lijden niet te ontkennen. Aan de ene kant lijkt het lijden iets moois te krijgen als het verpakt wordt in akkoorden en muzikale belevenissen waar wij grof geld voor neertellen, via hoge entreegelden. Denk aan de Matthëus passion of Johannes passion en andere muziekstukken die in deze tijd weer voor het voetlicht komen en waar de bobo`s van onze samenleving weer te vinden zijn.

Vergeet nooit: passiemuziek mag mooi zijn, het lijden is nooit mooi. Aan de andere kant ook het lijden niet te ontkennen: het mag er niet zijn, het is er niet, wij zullen verhinderen dat het er ooit komt. Wat zeggen wij tegen mensen die de hulp inroepen van de levenseinde kliniek, een groep artsen en verplegenden die reizend door Nederland mensen bijstaan in hun euthanasie? Wat zeggen wij tegen hen die als de dood zijn voor de dood en de pijn en het heft in eigen hand nemen? Zeggen wij : ‘dat is prima dat je het heft in eigen hand neemt.’”  Zeggen wij: “dat kan niet, je mag je eigen leven in in eigen hand nemen”.

Hoe komen wij hieruit?  Vanuit ons geloof  mag je en kun je je eigen leven niet  in eigen hand nemen en toch komen wij mensen en medegelovigen tegen die het toch doen.  Waar zit de kneep voor velen die die grote stap nemen?

De meeste mensen zijn bang voor één van de gevolgen van lijden, nl. de pijn. Dat maakt het lijden slecht voor velen en zij denken vaak niet verder na. Bedenk, pijn heeft ook een signalerende functie: pijn als teken dat er in of met het lichaam iets niet in orde is. Pijn aan je kies in de mond: signaal om naar de tandarts te gaan. Voor de pijn zijn mensen doodsbang! Vandaag worden wij door Jezus opgeroepen om verder na te denken over het lijden.

Dat Jezus het lijden tegemoet gaat is niet omdat Hij graag wil lijden maar omdat hij consequent wil zijn in zijn trouw aan de Vader en trouw wil zijn aan de tora, dat is wat de schrijver van de tweede lezing bedoelt te zeggen met vroomheid, school van lijden, gehoorzaamheid. Het lijden van Jezus is een gebed, een roep, een hartekreet: om de mens wakker te schudden, de brug van het gebed te slaan tussen de onverschillige mens, of mens die niet verder kan of wil nadenken en God, vol compassie voor de mens.

Jezus is tot zijn uur gekomen, een uur van  verraad, lijden en dood, een uur waarvan wij mensen zouden zeggen: laat dit aan mij voorbij gaan. Maar Jezus laat het niet voorbij gaan, ‘Tot dit uur ben ik gekomen’, juist om de reden er niet aan voorbij te willen gaan, maar er recht door heen te willen gaan.

De graankorrel die in de grond gelegd wordt, gaat ook niet om het sterven heen, maar moet juist sterven, om nieuw leven te kunnen voortbrengen.

Het lijden van Christus is voor het oordeel van deze wereld.  De stem uit de hemel bevestigt dat. Een oordeel dat de mens, die zich overgeeft  een levend hart geeft dat klopt. Een oordeel dat de mens die zich afsluit van alles bevestigt in het hebben van  een stenen hart geeft dat  de mens doet afsterven. Een oordeel over geestelijk levend zijn of geestelijk afgestorven te zijn. Hier al op aarde!

Lijden is van de aarde, van deze wereld. Lijden is niet van de hemel. Hier lijden wij, niet bij God in het eeuwig heil. Dat is nu juidt de reden om niet steeds  te vragen: “God waarom laat u dit toe? “

God laat dit niet toe. Het gebeurt, omdat de aarde de aarde is en niet de hemel. Zo heeft God het bedoeld, ingecalculeerd dat Gods almacht heeft hier geen vat heeft. Het is de consequentie van het feit dat God ons ales vrije mensen geschapen heeft en niet als marjonetten aan touwtjes. Zijn almacht is geen almacht van bestuur en orde, machtige controle, waar menselijke vrijheid: voorwaarde om te geloven, aan banden wordt gelegd. In tegendeel.  Doordat wij geen mensen aan touwtjes zijn, maar een vrije keuze hebben, is er lijden, pijn en ellende. Het kan niet anders.  Via onze vrije keuze is er goed en kwaad, vreugde en verdriet,  leven en lijden, leven en dood. Het één kan niet zonder het ander!  Gods almacht is een almacht van liefde en troost, machtig in machteloze nabijheid. Juist de Vader is degene die Jezus tot zijn Uur van lijden als verheerlijking laat komen.

Jezus lijden moet er zijn, wil de dood tot in de wortel overwonnen kunnen worden. Echter God moet er ook zijn om zijn eigen Zoon en ons te trekken door het lijden en de dood heen tot het eeuwig leven. Daarom trekt Jezus ons op bevel van de Vader tot zich.

Door het lijden heen, niet langs andere wegen. Deze wegen lopen dood.  De weg van het lijden betekent:  leven. Dat is even omdenken!

Andere berichten