10-11 februari 2024

11 februari 2024

Zesde zondag door het jaar

  • 1ste lezing : leviticus 13,1-2. 45-46
  • 2de lezing 1 Kor 10,31-11,1
  • Evangelie:   Marcus 1, 40- 45

Ik wil, word rein.

Het lijkt een eenvoudig evangelie, maar schijn bedriegt. Het is een  heel bijzonder evangelie, want het gaat over ons en met name over ons gedoopt worden en gedoopt zijn. Mensen krijgen kennis van het bevrijdend woord van Jezus, met zijn aanraking, met zijn genezing. In de jonge kerk wordt het doopsel omschreven als een bad van reiniging. Dat doet Jezus hier bij de melaatse, de uitgestotene, diegene die- met het woord van de eerste lezing buiten het kamp moet verblijven. Hij gaat door het bad van reiniging en wordt gezond, opgenomen in de gemeenschap, herkent en erkent.

Jezus heeft zich voor zijn kerk overgeleverd om haar te heiligen, haar te reinigen door het waterbad van  het Woord ( brief Paulus Efe 5,26) In de kerk en wereld zijn melaatsen, bewust en onbewust. Dan heb ik het niet over mensen die niet meetellen, uitgestoten zijn uit de samenleving, de zwakkeren.

Ik heb het over  mensen die geen verhouding meer hebben t.o.v. God. Mensen die zich niet meer bewust zijn van hun zonden en zondig leven, hun gebroken menselijk leven, hun melaats leven t.o.v.   God, de medemens en zichzelf. Dat kan onbewust zijn, in de zin van niet weten, niet beseffen, niet onderkennen. Dat kan ook bewust zijn, in de zin van willens en wetens, zich superieur voelen, zich boven God en iedereen verheven voelen.

Alles staat en valt bij het door de knieën gaan. Dit geldt voor mensen die onbewust zijn van hun zondig leven, maar ook voor hen die bewust zijn van hun zondig leven. Door de knieën gaan is een sterk gebaar van aanbidding. Aanbidding én aan de grens- zijn door lichamelijke of geestelijk nood kunnen op elkaar aansluiten. Pas als de mens zijn nietigheid, zijn ware zijn, beseft, komt hij tot aanbidding. In zekere zin helpt onze nood ons de juiste houding te vinden tegenover God. Niet mijn eer, maar de eer van God zoeken en vinden. Dan pas wordt werkelijkheid wat paulus vandaag zegt: dat allen gered worden, niemand uitgezonderd ( 2de lezing). Allen, ja allen die door de knieën gaan, kunnen door God aangeraakt worden. Onbewust langs Gods heen leven, of bewust zonder God willen leven, het begin van ommekeer begint bij het door de knieën gaan. Zonder dat staat Gods genade en kracht machteloos.

Als gij wilt…….. met deze oproep doet de melaatse een beroep op de wil van Jezus. Daarmee schiet hij in de roos.

Hij vertrouwt op de goede bedoelingen, het goede hart van Jezus. Meer hoeft niet, minder ook niet.  Door te geloven hebben wij het eeuwig leven.

Dit is eeuwig leven: dat zij U kennen de enige en ware God en Hem die Gij gezonden hebt: Jezus Christus ( Joh 17,3.) De melaatse heeft een onbegrensd vertrouwen. Wat hij vraagt, overschrijdt alle cultische en medische grenzen. Als wij maar wisten-  onbewuste en bewuste mensen-  dat wij als melaatsen zijn : reddeloos verloren zonder God, alleen te redden door Hem, onze Redder en Verlosser!

In het doopsel van mensen steekt God zijn hand uit. Een noodzakelijk gebaar, om menselijk leven aan te raken. De naam van de mens staat geschreven in Gods hart.  Je wordt getrokken in de gemeenschap met God, als Kerk . je komt te staan onder Gods belofte: eeuwig leven geef ik je. Ik wil , word rein. Jezus hand wordt geleid door een mee- lijdende wil. Hij raakt ons hele menselijk leven aan, alle zere, ontstoken, etterende, pijn veroorzakende plekken van ons geestelijk en lichamelijk leven. Hij geneest het menselijk leven tot in de wortel door het water van de doop, de zalving op het hoofd

Éénmaal in het doopsel genezen, als startpunt,  blijft Jezus genezen. Hij heeft een wilsbeschikking nagelaten, een testament, een verbond: de eucharistie en het sacrament van de biecht. “Dit is mijn Bloed dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden ( Matt 26,28) “ Wij horen en vieren het dagelijks en feestelijk op zondag: Gods feestdag. Ik ontsla u van uw zonden, zondig niet meer. Matt 9,2 ; Mc 5,34 ; Luc 5,20;  7,48 en verder.  Wat in het doopsel van ons is begonnen, zet Jezus door tot op dit moment.

Andere berichten